Studentenalmanak 1929 - pagina 135
O V E R CHRISTEKITKE P O Ë Z I E 119
poëzie te zeggen, dan willen we nu het verband van dit
woord met het adjectief Christelijk nader bezien.
Het zal n a onze benadering van het wezen der poëzie
duidelijk zijn, dat poëzie niet op zichzelf of los in de ruimte
voorkomt, maar gebonden is aan zekere factoren, die haar
tot standkomen bewerken; men ervaart het poëtische o.a.
door beeld en gedachte. Nu kunnen deze beiden zeer goed
van Christelijken aard zijn, maar omdat enkele secundaire
elementen der poëzie Christelijk zijn, kan ze zelf nog niet
dien naam dragen. Immers kan een geloovig dichter deze
elementen evengoed gebruiken als een ongeloovige. En dat
iemand, die men uit zijn overige geschriften kent als een
niet-Christen, beelden en motieven gebruikt, ontleend aan
het Christelijk leven en aan den Bijbel, en dat men hem
deswege een Christelijk dichter acht te zijn — daarvan moge
Nijhoff als voorbeeld dienen o.a. in de eerste gedichten van
zijn bundel ,,Vormen".')
Na dit alles ligt dus de conclusie voor de hand, dat poëzie
in haar wezen niet is te kwalificeeren als Christelijk of
niet-Christelijk, niettegenstaande de scheppende daad juist
een bij uitstek Christelijke geacht moet worden. Het wezen
der poëzie wordt enkel en alleen bepaald door de vorm-
geving, het belichamen in woorden van den woordeloozen
droom des dichters. Het meer of minder aanwezig zijn van
poëzie hangt uitsluitend af van de meer of minder geslaagde
transformatie, van haar meerdere of mindere intensiteit;
men kan hier eenvoudig niet: Christelijk en niet-Christelijk
onderscheiden, omdat deze onderscheiding op geheel ander
terrein ligt.
Daarmee wil natuurlijk niet gezegd zijn, dat religie en
poëzie niet ten nauwste zouden samenhangen. De Middel-
eeuwen vooral toonen ons, welk een groote rol de kunst
in al haar verteikkingen in het godsdienstig leven van die
^1 Deze verwianing wordt overigens door de Christelijke pers in
de hand gewenkt: „De Standaard" drukte in de lijdensweek van 1928
het gedicht „Het Groote Lijden" uit Nijhoff's Vormen voor haar
lezers af.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Studentenalmanak | 218 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Studentenalmanak | 218 Pagina's