Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1929 - pagina 123

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1929 - pagina 123

2 minuten leestijd

I N D E „ G E D A C H T E N " V A N PASCAL 107

zijn ellende laat gevoelen, heeft nooit de meening gekoes-

terd, dat de van God verlatene, met een beetje goeden wil,

met f link-zijn-best-doen, en met behulp van wat ceremonieel

de gemeenschap met God zou kimnen herwinnen. Hij Iaat

juist voortdurend zien de onmogelijkheid van het door eigen

doen en denken geraken tot een heiligheid die voor God

zou kunnen bestaan.

Voor den zondigen mensch, die niet in Christus tot God

nadert, is God de verborgen God, die den in eigen kracht

zoekenden zondaar laat omdolen in een wereld vol duister-

heden. Die mensch kan de waarheid en het recht niet vinden,

en het geluk niet grijpen. Zoo ziet Pascal den mensch zonder

God, als een ellendigen zwerver door het donker van de

wereld, die binnen in zich wel den brand gevoelt van

onleschbaren dorst naar wezenlijk geluk, maar zich bedwel-

men laat, door wat dien dorst niet stilt, totdat hij omkomt

in dorre Godverlatenheid.

Voor Pascal is 't essentieele van 's menschen ellende,

het van-God-verlaten-zijn. In die ellende is de mensch door

eigen schuld gekomen, In het uur van zijn bekeering belijdt

ook Pascal: „Ik heb Hem verlaten", e n hij bidt: „Mijn God,

zult Gij mij verlaten?" De mensch is in zichzelf onmachtig

om uit die ellende op te komen, en zich vrede met God te

verwerven. Alleen de genade in Christus geschonken, kan

de verbroken gemeenschap met God herstellen,

Jezus komt in de wereld; Hij gaat in in de Godverlaten-

heid, om zondaren te redden, en ze voor eeuwig weer ie

brengen in de nabijheid van den Vader, zonder Wien voor

de menschen het leven niet is.

En nu heeft God sommigen willen verblinden, en anderen

verlichten (526), Het is niet zoo, dat toen het Licht in de

wereld kwam, de menschen juichend heengingen naar dat

Licht. Ze zagen het niet eens- Maar heel enkelen ontvingen

geopende oogen, en zij volgden het Licht. Pascal wijst er

met nadruk op, dat de mensch niet het Licht naar beneden

heeft gebaald; Christus is in de wereld gekomen. De mensch

is niet uit de donkerheid naar het Licht toegestormd, maar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's

Studentenalmanak 1929 - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's