Studentenalmanak 1929 - pagina 146
130 VLOEK
Ik hoor den vloek van den vader, het geklaag der moeder,
ik zie haar wanhoop, als allen haar mijden, haar schuwen,
en koud beschuldigen, tot 't jonge hoofd dat alles niet meer
dragen k a n . . . .
Met schrik bedenk ik, hoe ik al dien tijd daar stond.
Een ijzige kilte is over mij gekomen, als ik terugga.
De wereld, het leven, het lijkt me nu zoo droef, zoo hard,
zoo koud.
De zon is verdwenen van den hemel, haar plaats is.
ingenomen door somber dreigende wolkgevaarten.
In de verte komt in grijzen nevelsluier de regen al aan-
golven, en zooals een kaart in vloeipapier gewikkeld slechts
vaag haar nijdig felle kleuren weet daar doorheen te toonen,
zoo breekt nu de kleurenpracht van zooeven met moeite
heen door de vaalblauwe regenmist.
Het geel gejubel der korenvelden is verstomd; het is nu
een fel-lichtgevloek tegen den angstig-idonkeren wolken-
hemel.
Dof rommelt de D-trein langs z'n baan.
En al maar hoor ik nog een kreunen en klagen, een
krijschen, één heischen schaterlach. .. .
Kyriëleis,
G. J. P.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Studentenalmanak | 218 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Studentenalmanak | 218 Pagina's