Studentenalmanak 1929 - pagina 133
O V E R CHRISTELIJKE P O Ë Z I E 117
sehe niet in den rationeelen zin ligt, niet in de gedadhte;
poëzie is niet een schoone en schoongezegde gedachte.
Dit bedoelt natuurlijk niet te betoogen, dat poëzie eigen-
lijk onbegrijpelijke onzin zou moeten zijn. Het komt er hier
maar op aan wel te onderscheiden de mogelijkheid een
gedicht logisch te volgen en het zuiver poëtische van dat
gedicht. Deze twee elementen staan in een zoodanig verband
met elkaar, dat een gedicht redelijk verstaanbaar moet zijn,
om poëtisch mysterieus te kunnen zijn. Immers, wanneer de
geest geen vat krijgt op de concrete beteekenis der woorden,
dan kan ook de poëtische geheimzinnigheid niet op hem
inwerken; er is dan geen contrast en men ervaart, buiten
een en ander staande, in 't geheel niets. Heel goed wordt
dit geïllustreerd, door een uitspraak van Goethe met zijn
werk te vergelijken; „ J e inkommensurabeler und für den
Verstand unfasslicher eine poëtische Produktion, desto
besser", zeide hij eens tot Eckermann; maar nooit heeft hij
een onbegrijpelijk gedicht geschreven; waaruit duidelijk
blijkt, dat hij op bovengenoemd contrast duidt.
Ligt het poëtische van een gedicht dus niet in haar rede-
lijkheid, het is ook niet te vinden in de uitgedrukte gevoe-
lens, hoe edel die ook op zichzelf mogen zijn; immers,
wanneer ze in een dichtwerk genoemd, maar niet door de
poëtische macht voor ons levend en voelbaar gemaakt
worden, laten ze ons volkomen koud. En hier raken we de
kern: het levend en voelbaar maken. Inderdaad, poëzie is
een kwestie van expressie, „het poëtisch probleem is een
uitdrukkingsprobleem," ^) Hoewel gedachte, gevoelens,
beelden, en vcrsmuziek als logische, sentimenteele, filmi-
sche en musische elementen voor de poëzie van belang zijn,
vormen ze geen van allen h a a r essentie, W e weten alleen,
dat haar diepste wezen wortelt in de intuïtie, ^) En men
moet zich tevreden stellen met deze eenigszins vage om-
schrijving: uiting der intuïtie, expressie, door het woord,
^) Eeckhout, Litt. Actualiteiten p, 19,
") Niet: kunst is intuïtie, zooals B, Croce zegt in zijn bekend
„Breivder van Aesthetica" (p, 25); de consequenties hiervan geven
aanleiding tot allerlei verwarringen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Studentenalmanak | 218 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Studentenalmanak | 218 Pagina's