Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1929 - pagina 158

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1929 - pagina 158

2 minuten leestijd

142 MOEDER

Maar wat, als God nu kwam! Terwijl zij daar machteloos

op den weg stond. God zou niet den tijd hebben, lang te

wachten. Zovelen vroegen Zijn hulp. Ze moest met de ande-

ren mee, wilde God niet aan haar voorbijgaan. En juist dat

kon ze niet. —

Het denken hierover was moeilik. Maar overgeven kon

ze het niet. lederen morgen opnieuw moest ze denken, hoe

dat zou wezen. En hoe langer ze dacht, hoe moeilijker 't

werd.

3,

Er was een feest. Vreemd, dat ze daarbij was! Een feest

was 't dan ook eigenlik niet. Meer een verjaringsvisite.

Maar 't leek toch heel veel op 'n feest,

't Was om een van de vriendinnen van vroeger, dat ze

naar hier was gekomen. Natuurlik niét om het feest. De

jarige was de vriendin.

Daar had ze opeens aan gedacht, dien middag. En dadelik

had ze besloten, om niet te gaan. Maar toen waren herinne-

ringen gekomen aan vroeger; Hoe hecht deze vriendschap

geweest was. En hoe oud. Lang voor haar trouwen was 't al

begonnen. In de meisjesjaren, op school.

Toch zou ze niet gaan. Er zouden veel mensen zijn, dezen

avond, bedacht ze. Die zouden luid lachen en praten. En

heel snel over den weg gaan. En iedereen wist toch, dat ze

niet mee kon? 't Zou haar dus niet kwalik worden genomen,

wanneer ze wegbleef, vanavond. —

Toen dacht ze aan God! Als Hij eens kwam. Nu. Of

morgen. Dan moest ze toch mee. Vlak naast Hem Of achter

Hem aan. En dat kon ze niet. Nu kon ze dat niet! De weg

was zó ver, dat ze dien niet meer gaan kon. Maar God! Zou

Hij dan niet aan haar voorbijgaan?

Tegen den avond begon ze zich aarzelend te kleden.

Toen ze naar buiten ging, bezag ze met onzekere ogen

den weg, waarover ze opnieuw was begonnen te lopen.

Haar binnenkomen wekte verwondering. Ze wist, hoe

vragende ogen andere zochten. Ze voelde een medelijden,

dat pijn deed door de kamer heen, — Er werden weinig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's

Studentenalmanak 1929 - pagina 158

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's