Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1930 - pagina 116

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1930 - pagina 116

2 minuten leestijd

98 VEELHEID, VERSCHEIDENHEID

kleinste deeltjes, de atomen, meestal samengevoegd zijn

tot meer of minder samengestelde moleculen.

Is het aantal molecuulsoorten, dat zich uit die elementen

kan vormen, reeds verbijsterend groot, het aantal atomen

dat in onze aarde aanwezig moet zijn, onttrekt zich aan

elke voorstelling onzerzijds.

En bedenk dan, dat elk atoom (tenminste als materie-

eenheid gedacht) weer een samenstel is van een, bij den

diameter van het geheele atoom vergeleken, minimaal kleine

kern, die omhuld is door een bij sommige soorten zeer

talrijken electronenzwerm en dat er nu reeds aanwijzingen

zijn, dat ook die kern weer een bewegend systeem is van

nog kleinere materie-eenheden, die onze fantasie ook weer

als veel-eenheden kan beschouwen. Want waarom zouden

we juist bij die protonen aan de benedengrens van de

samengesteldheid der materie zijn gekomen?

En met even veel recht mogen we vragen, zou er aan

den macrokosmos een bovengrens zijn? Indien er zulke

grenzen mochten zijn, waarom zouden zij dan juist samen-

vallen met de grenzen, waarbinnen wij besloten zijn, eener-

zij ds door de gevoeligheid onzer instrumenten en anderzijds

door de structuur van het licht en de stralende energie?

Reeds de simpele overweging, dat het zeer wel mogelijk

is, dat wat wij als grens van materiedragende ruimte zouden

willen aanmerken, ook een tijdgrens kan zijn, maant ons

tot voorzichtigheid. Immers het licht, de bode, die ons be-

richt moet brengen uit die verre oorden, moge wellicht

reeds van den aanvang der dingen af onderweg zijn!

En wat den microkosmos betreft, zou de grens van Gods

scheppend vernuft juist daar liggen, waar onze waarneming

nu, na een betrekkelijk korte periode van onderzoek, op

voor 't oogenblik schijnbaar onoverkomelijke moeilijkheden

stuit?

Immers niet. Alleen de gedachte reeds van een begren-

zing van de Goddelijke scheppende wijsheid bevat een

itegenspraak-in-zich!

Zoo verschijnt de kosmos dus aan ons als één machtige

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Studentenalmanak | 188 Pagina's

Studentenalmanak 1930 - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930

Studentenalmanak | 188 Pagina's