Studentenalmanak 1930 - pagina 64
54 IN MEMORIAM
divinatie-vermogen was zoo sterk ontwikkeld, doch hij
bezat ook zulk een ruim hart, zijn vergeving was er vóór
de zonde, hij vraid, als het studenten aanging, voor een
kwade zaak zoo gemakkelijk een goeden uitleg. En dan,
met diezelfde subtiele intuïtie was hij er zich ook van be-
vnist, dat hij bij de „jongens" — term van hèm, andere
hoogleeraren doen zoo oneerbiedig over de studenten niet
— in bijzonderen zin persona grata was. Voor Kuyper
gingen we door het vuur, Rutgers bewonderden we om zijn
scherpzinnigheid zonder weerga en zijn humaniteit, schier
zonder grens, voor Woltjcr hadden we diep respekt, maar
voor Geesink koesterden we naast deze ook nog andere
gevoelens, gevoelens, zoo eenig, dat de kwalifikatie ervoor
zich zoeken laat. Ik kan ze misschien het best omschrijven
als gevoelens van de nauwste affiniteit. Alle psychana-
listen mogen er gerust aan te pas komen. Zij kunnen die
Sympathie des Geistes tusschen Professor Geesink en zijn
studenten nooit verklaren.
Als men vraagt, hoe hij het aanlegde om zich die sym-
pathie te verwerven, sta ik eerst recht verlegen. Hij deed
er niets voor. Hij beijverde zich in het geheel niet om met
de studenten eenig bijzonder kontakt aan te knoopen. Toen
andere hoogleeraren diners gaven, onttrok hij zich niet,
toen zij met die gewoonte braken, was hij opnieuw solidair.
Hij was één van de eersten, die de officieele thé's afschaften.
Dat hij meer dan anderen als raadsman of biechtvader door
de studenten werd gezocht, kan ook niet getuigd. Naar den
uiterlijken schijn zou men oordeelen, dat er feitelijk weinig
band tusschen hoogleeraar en studenten bestond, vooral
in de laatste decenniën van zijn ambtelijke werkzaamheid.
En toch — wonderlijk! — de sympathie verminderde niet.
Noem dat magnetisme of occultisme van de ziel of hoe ge
ook wilt, In ieder geval was het iets mysterieus.
Om er toch iets van te zeggen: de studenten hadden het
gevoel door Geesink te worden begrepen, In hem zag je
allereerst den mensch en daarna pas den hoogleeraar. Zijn
gezicht te zien kon alleen reeds ontspanning brengen. Die
oogen, die soms de heele wereld voor den mal schenen te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Studentenalmanak | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Studentenalmanak | 188 Pagina's