Studentenalmanak 1930 - pagina 139
NACHTTOCHT 121
En midden onder 't rustloos woordenstoeien :
„Kijk!" wijst er een, „ze blijft ons waarlijk trouw!"
En daar ontstijgt de schoone Manevrouw
Een wolk, die van haar zilver na blijft gloeien.
Maar sprakeloos staart in haar pracht
Elk die haar als Bacchante groette :
Is zij het, die ons daar ontmoette,
Die hier zoo hoog schrijdt door den Nacht?
En nooit vergeten die het zagen
Den lichtval op het slapend land.
De blanke stilte op hei en zand.
Die droomverzaligd om ons lagen.
Langs karrespoor en heidezoom
Sliepen de hoeven, ijl betooverd.
Met zilverbleek geblaarte omlooverd,
Gezonken in denzelfden droom,
Die van de Maan kwam afgevloten.
Nu smett'loos reine nachtgodin j
Daar baadt zich gansch de wereld in,
Met sneeuwig blinksel overgoten.
Dit is de Liefde van de Maan,
Ze giet haar wezen uit op aarde,
En in die bloesemblanke gaarde
Ziet zij haar min weerspiegeld staan.
En dan ontgloeit ze mateloos,
En stort haar hartebloed, een stroom
Van stralend, sterr'lend bloesemroos
En in dien sneeuwen gloed versmolten
Vervliet de aarde tot een droom.
Uit hemelsch kristallijn gestolten.
A. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Studentenalmanak | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Studentenalmanak | 188 Pagina's