Studentenalmanak 1930 - pagina 138
NACHTTOCHT.
(Twee fragmenten.)
'k Zie weer die kleine, vreugdverkoren bende,
Die toen zoo roek'loos in den nacht verdween —
Was het de laatste kreet van 't schoon Voorheen,
Waarmee ze blij zich stortte in 't onbekende ?
Een blinde duik in d' oceaan van nacht,
Een duizeling, zooals het niemand heugde —
Daar blonk de rose parel van de vreugde,
Die ieder als herinn'ring opwaarts bracht.
Ik zie z' in Amsterdam, voor het station,
Met juichkreten en wuiven welkom heetend
De laatste laatkomers, die hijgend, zweetend,
Nog kwamen aangerend. — De tocht begon.
Dan zie 'k ons in den trein. Die nooit zóó klaatren-
de blijdschap nachtlijks voerde in zijn convooi.
Daar viel kwinkslag op -slag, het gansche Gooi
Weergalmde lang nog van 't uitbundig schaatren.
En in het Zuiden reisde met ons mee.
Als een belofte aan de kim verrezen,
— Een zwervende Bacchante kon ze wezen —
De roode maan, nachtlijke vreugde-fee.
Over het donk'rend land, dat tussche' ons doorijlt,
Groet ieder de Godin met blij ontzag.
En zij, ze lacht slechts haar Bacchanten lach —
Wijl z', achter woud of wolk soms, rustig voortzeilt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Studentenalmanak | 188 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1930
Studentenalmanak | 188 Pagina's