Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 247

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 247

2 minuten leestijd

IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK 213

in haar tweeheid te onderscheiden, maar practisch nooit te

scheiden. Beide structuren liggen in de werkelijkheid

dooreen.

Gaan we thans deze tweeërlei structuur na. Voor beide

kiezen we een symbool ten einde ze gemakkelijk te kunnen

hanteeren in den stijl. Voor de ,,goede" kiezen we het

teeken „K", afkorting van het woord „Kerk" in den zin

van 10 KvQiaxov, aanduidende „wat van Christus is". Voor

de kerkistisohe structuur het teeken ,,P", afkorting van het

woord ,,Partij", waarbij men echter vooral niet denken mag

aan het begrip „politieke partij" maar meer aan uitdruk-

kingen als: partijdig, parti pris, partij kiezen, partijen in

een geding etc. Om de K-structuur te beschrijven bedienen

we ons van het beeld van het centrale geheel, een beeld,

dat evenals alle beelden zijn gebreken blijkt te hebben,

wanneer men het in finesses uitwerkt, maar welks gebreken

liggen buiten de grenzen van datgene wat wij beoogen. Het

totaal-schema van het centraal geheel is een cirkel met

middelpunt. In een centraal geheel komen alle individuen

tot hun volle recht, tot him volkomen ontplooiing van kracht

en van al hxm vermogens. Juist doordat en zoolang zij

centraal gesteld blijven, d, i, zich centraal aan het centrum

onderwerpen, offeren. Elk deeltje van een cirkelomtrek

hervindt zich, in relatie met het middelpunt naar buiten

voortgezet, telkens grooter, rijker. In een centraal geheel

zijn, is uitsluitend een relatie van gerichtheid. Is het

individu centraal gericht, d.w.z. is het zichzelf alleen in

zooverre het in het centrum is opgeheven, dan wordt zijn

kracht immens, juist als individueele kracht, In dit beeld

zien wij de Kerk van Christus. Christus zelf heeft Zijn

geloovigen in centrale relatie tot Zichzelf geplaatst. De

geloovige, individueel, decentraliseert zich door ongeloof.

Dan verkwijnt hij en er is geen ontplooiing. Het geloof is

de, door den Heiligen Geest van het Centrum uitstralende,

centraal richtende activiteit.

Door deformatie van dit centrale geheel ontstaat het

kerkisme. Het wezen dezer deformatie is dus decentrali-

satie, deze kerk verliest Christus uit het centrum en wordt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 247

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's