Studentenalmanak 1931 - pagina 267
MIJN GLAS.
Het laatste licht wordt door mijn glas bewaard
en in het vlijmend-heldre water opgegaard,
daar hangt het in en heeft een eigen wezen:
het wordt allengs een smalle witte maan
die onverhoeds en stil is opgerezen
binnen een kleine onverlichte nacht;
zij heeft haar eigen op- en ondergaan,
en haar heelal is schemerig van haar pracht.
Het duurt niet lang of uit haar zachte licht
wordt nog een fijne witte ster geboren,
dit is het laatste wat ik van haar zie —
maar aan de kleine rondgebogen kim
blijft al den tijd een raadselachtig gloren
als in een poolnacht van het noorderlicht.
W, H.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's