Studentenalmanak 1931 - pagina 261
IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK 225
onzichtbaar is. Het is als bij een of ander fopspel: wie
onnadenkend te werk gaat is onmiddellijk gevangen, wie
het voorzichtig probeert loopt er voorzichtig in, en wie het
nu eens heel verstandig wil aanleggen is straks het onher-
roepelijkst verloren.
Ook hier heeft de P de taal geheel in haar dienst. Er
bestaat een eigen P-stijl, zonder welke de krant geen lezers
zou hebben, eenvoudig omdat ze er dan niets van zouden
begrijpen, geen houvast zouden hebben. Houvast, dat is het
wat de lezer vraagt. Hij wil weten waar hij zich aan te
houden heeft, wat hij er van te denken heeft: hij vraagt
geen feiten, maar een oordeel. En tegelijk wil hij de illusie
van zelfstandigheid. Zijn polemicus mag hem zijn oordeel
niet dicteeren, hij moet het er zelf uit kunnen halen. Uit
deze twee elementen bouwt zich de P-stijl op. Een opschrift
eindigend met een vraagteeken. „Wie zijn de lasteraars?"
„Rumor in casa?" „Ethisch of Gereformeerd?" „Een nieuwe
doleantie?" Geprikkeld om het antwoord te kunnen geven,
zet ik mij aan de lectuur. En als ik, aan het eind gekomen,
volmondig ja of neen zeg, heb ik het genot, dit zélf te
mogen zeggen, en weet niet dat ik het aan één stuk door
las, achter elk woord dat daar gedrukt stond. Dat ik het
al gezegd had voor ik begon! Want ik zeg alleen wat mijn
polemicus zegt. Ik zeg in 't geheel niets! Als ik mijn mond
opendoe spreekt de P. Deze heeft alleen te zorgen, (in den
polemicus,) dat zij door haar vraagteekenstijl, tot 't eind
toe volgehouden, mij de illusie geeft dat ik het antwoord
zelf vind.
Een bericht begint: „Er is weer e e n s . . . . " „Nog altijd
houdt men aan de overzijde niet o p . . . . " Deze vorm is wel
duidelijker. Toch zorgt het dan volgende nog, dat gij zélf
de juistheid der voorafspraak kunt beoordeelen. „Zie nu
maar zelf of ik geen gelijk heb." Dit is de tweede zin, die
altijd weggelaten wordt.
Zeer aantrekkelijk is ook de relativeering van het eigen
oordeel. ,,In „De. . . . " las ik de m. i, juiste opmerking. . . . "
('t Is maar de schrijver die het zoo vindt, lezer, misschien
vindt u het wel anders.) Dit is echter uitgesloten. Beiden
15
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's