Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 261

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 261

2 minuten leestijd

IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK 225

onzichtbaar is. Het is als bij een of ander fopspel: wie

onnadenkend te werk gaat is onmiddellijk gevangen, wie

het voorzichtig probeert loopt er voorzichtig in, en wie het

nu eens heel verstandig wil aanleggen is straks het onher-

roepelijkst verloren.

Ook hier heeft de P de taal geheel in haar dienst. Er

bestaat een eigen P-stijl, zonder welke de krant geen lezers

zou hebben, eenvoudig omdat ze er dan niets van zouden

begrijpen, geen houvast zouden hebben. Houvast, dat is het

wat de lezer vraagt. Hij wil weten waar hij zich aan te

houden heeft, wat hij er van te denken heeft: hij vraagt

geen feiten, maar een oordeel. En tegelijk wil hij de illusie

van zelfstandigheid. Zijn polemicus mag hem zijn oordeel

niet dicteeren, hij moet het er zelf uit kunnen halen. Uit

deze twee elementen bouwt zich de P-stijl op. Een opschrift

eindigend met een vraagteeken. „Wie zijn de lasteraars?"

„Rumor in casa?" „Ethisch of Gereformeerd?" „Een nieuwe

doleantie?" Geprikkeld om het antwoord te kunnen geven,

zet ik mij aan de lectuur. En als ik, aan het eind gekomen,

volmondig ja of neen zeg, heb ik het genot, dit zélf te

mogen zeggen, en weet niet dat ik het aan één stuk door

las, achter elk woord dat daar gedrukt stond. Dat ik het

al gezegd had voor ik begon! Want ik zeg alleen wat mijn

polemicus zegt. Ik zeg in 't geheel niets! Als ik mijn mond

opendoe spreekt de P. Deze heeft alleen te zorgen, (in den

polemicus,) dat zij door haar vraagteekenstijl, tot 't eind

toe volgehouden, mij de illusie geeft dat ik het antwoord

zelf vind.

Een bericht begint: „Er is weer e e n s . . . . " „Nog altijd

houdt men aan de overzijde niet o p . . . . " Deze vorm is wel

duidelijker. Toch zorgt het dan volgende nog, dat gij zélf

de juistheid der voorafspraak kunt beoordeelen. „Zie nu

maar zelf of ik geen gelijk heb." Dit is de tweede zin, die

altijd weggelaten wordt.

Zeer aantrekkelijk is ook de relativeering van het eigen

oordeel. ,,In „De. . . . " las ik de m. i, juiste opmerking. . . . "

('t Is maar de schrijver die het zoo vindt, lezer, misschien

vindt u het wel anders.) Dit is echter uitgesloten. Beiden

15

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's