Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 285

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 285

2 minuten leestijd

GELOOF EN PHILOSOPHIE 247

Inderdaad, deze philosophie van het autonome denken,

wan het „es sich selbst sagen" staat met het „es sich sagen

lassen" (pg. 24) van het geloof, met de erkenning van de

souvereiniteit Gods, de creatio ex nihilo, de zonde en de

vergeving in een onverzoenlijke tegenstelling,. Toch mag

de instemming, waarmee we een groot deel van Brminer's

gedachtengang kunnen volgen, ons niet weerhouden de

vraag te stellen; is het juist, dat deze zelfoverschatting, dit

,,Miszverständnis der Vernunft mit sich selbst" (Hamann)

in het wezen van het denken ligt opgesloten, of is ze slechts

het gevolg van een bepaalde richting, die het philosophi-

sche "denken in zijn historischen ontwikkelingsgang ge-

nomen heeft? Is dit laatste het geval, dan worden twee

mogelijkheden geopend: Eenerzij ds kan het philosophische

denken zich dan ook in een andere richting ontwikkelen,

waardoor de ontaarding in monisme, verbonden met de dua-

listische overschatting van het menschelijk subject ten op-

zichte van de omgeving als object, wordt voorkomen. An-

derzijds is dan mogelijk een andere verhouding tusschen

de philosophie en het geloof in Gods souvereiniteit, in

plaats van de onverzoenlijke tegenstelling, die aan het

monisme, resp. het secundair dualisme van het zelfgenoeg-

zame denken, de autarkeia, eo ipso verbonden is.

Typeeren we nu de monistische loochening van de grens

tusschen God en kosmos met de daaraan gepaard gaande

dualistische overschatting van het menschelijk subject als

„Humanime", dan blijkt dat dit reeds het Grieksche den-

ken ten deele beheerscht heeft i). Heraclitus vertoont reeds

de twee grondtrekken van het humanistisch denken. Want

hij leert niet alleen bet monistische ndvta gëi maar hij

stelt zich zelf ook dualistisch als een profeet tegenover dit

wereldproces ^). Bij Socrates treedt het dualisme van sub-

ject-object sterker op den voorgrond. Het menschelijk sub-

ject wordt onderscheiden in lichaam en ziel en deze ziel is

^) De term .JHumanisme" heeft dit voor, dat hij ook bruikbaar is als

een der beide factoren, monisme of secundair dualisme, op den achter-

grond treedt.

^) Dr. D, H. Th, Vollenhoven, Logos en Ratio, pg. 7, 8.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 285

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's