Studentenalmanak 1931 - pagina 289
GELOOF EN PHILOSOPHIE 251
thode, die het mathematisch wetenschapsideaal met de
daarbij hoorende zekerheidsgraad vereenigt met de moge-
lijkheid van toepassing in het boven-mathematische. Meent
men nu in Historisme of Psychologisme (Beneke) zulk een
methode gevonden te hebben, dan blijkt meestal, dat men
het eene ideaal voor het andere moet prijsgeven. Bovendien
heeft men bij het Historisme dit bezwaar, dat men het boven-
physische als „historisch" samenvat, terwijl daarin veel meer
dan het historische voorkomt. Eenzelfde bezwaar drukt het
Psychologisme enz. Geen wonder, dat het Westersch den-
ken voor het probleem van zijn eigen methode nog geen
bevredigende oplossing gevonden heeft. Op zichzelf is dit
natuurlijk geen bezwaar, daar alle denken het met pro-
blemen te doen heeft. Bedenkelijker echter is, dat het Wes-
tersch denken, dat met zichzelf dus in het ongereede ver-
keert, vanuit de ,,gesicherte Positionen" van continuïteits-,
identiteits- en causaliteitsprinciep zijn aanvallen richt op
iedere poging om de in de Schrift geopenbaarde waarheden
van toepassing te achten op de ,,diesseitige" wereld, waar-
mee het denken te doen heeft, ') Wel wordt de persoonlijke
overtuiging vrijgelaten om te gelooven in het,,Ganz-Andere"
van een niet-zintuigelijk-waarneembare werkelijkheid. De
religiöse Erlebnis — ook al geeft ze zich zelf een anderen
naam — is voor het moderne denken zelfs een interessant
probleem. Maar zoodra men de Schriftwaarheid wil beschou-
wen als een waarheid omtrent den kosmos en dus deze
waarheid van beteekenis acht voor het in dien kosmos werk-
zame denken, dan wordt het continuïteitsprinciep van het
au fond monistische denken mobiel gemaakt tegen het geloof
in Gods souvereiniteit en de daaraan verbonden erkenning
van de grens tusschen God en kosmos, het causaliteitsprin-
ciep tegen de creatio ex nihilo, het identiteitsprinciep tegen
') Hier komt bij, dat deze „Positionen" zelf aan het wankelen zijn.
De nieuwere onderzoekingen van ide natuurwetenschap zelf tasten de
oude dogmata van het Naturalisme aan. Zoo ruilde ze het causaliteits-
princiep voor het probalitcitsprinciep. Zie hierover Dr, G J, Sizoo
Raidio-activitcit en Atoomtheoiie 1930, pg. 20—22,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's