Studentenalmanak 1931 - pagina 277
HET CHRISTENDOM 239
een uitloopen zoo vooral op de over de geheele wereld
geldende Romeinsche opvattingen.
Al deze dingen echter pogen eenheid te brengen in de ver-
schijningen. Ze gaan wellicht uit van een periode en gedach-
tengang en geestesrichting, die spreekt uit de werken van
Seneca en Cicero, waarin het eclecticisme en syncretisme
hoogtij viert, en waarin men het aan z'n stand van te be-
hooren tot de klasse der toonaangevenden, der „oo(poi\
van de .,Gebildeten" meende verplicht te zijn, er een groote
dosis moreele levenswijsheid op na te moeten houden, eigen-
lijk getuigend van slap egoïsme en zelfverheerlijking. D e
periode, waarin men teerde op de dagen, waarin nog „per-
soonlijkheden" geboren werden.
Maar stellig is (om deze lijn van de moraal even voort
te zetten) de zgn. eenheid van gedachten van die periode
niet bevorderlijk om de moraal, zooals ze zich én uit Stoa,
én uit Neo-Aristotelisme, uit Neo-Platonisme enz. ontwik-
kelde, juist te zien.
Dus zal er over het geheele terrein een streven moeten
zijn, de verschillende factoren, die het Hellenisme vormen,
te ontleden en een erkenning van de verschillen, die bij d e
ook nog zoo erkende eenheid heel groot zijn en blijven.
(Neem bijv, het verschil, dat er toch stellig bestaat tus-
schen een man van de midden-Stoa als Posidonius, en het
Neo-Pythagorisme, omdat ze uitgaan van geheel verschil-
lende milieux: een wonderlijk eclecticisme uit Plato en Stoa
verbonden eeti soort mystiek verstaan van het Pythago-
risme, en de zeer bijzondere en zeer nieuwe verbinding,
die de Stoa van Plato en Aristoteles vormde).
Zoo is er dus groote verscheidenheid en al is natuurlijk
beïnvloeding denkbaar, zelfs zeer denkbaar, toch mag uit
enkele woordparallellie niet die beïnvloeding worden afge-
leid, zooals we ons niet kunnen ontveinzen dat veelal ge-
beurde. (Zoo wordt bijv, uit het voorkomen van de term
loyixr] kaxQEia of XoyMrj êvoia i) in het z.g. Poimandros-
gebed afgeleid, dat deze term hellenistisch is). Overal waar
') Zie weer de Einleitung van Reitzenstein's „Mysterienreligionen".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's