Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 273

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 273

2 minuten leestijd

HET CHRISTENDOM 235

wenscht en geëischt ? Want „Erklären" is toch evengoed

mogelijk van een aprioristisch standpunt uitgaande; immers,

ook Reitzenstein zal niet ontkennen, van apriori's uit te

gaan, terwijl K. Holl meent, dat het Christendom, wijl

origineel, niet te verklaren is; wat hij toch doet, al gaat hij

daarbij meer van het Christendom (bijv. de verlossings-

gedachtc) uit, dan van het niet-christelijke (Iran in dit

geval).

Syncretisme, want dat is dan het juiste woord, als men

toch bouwt op een buiten-christelijke gedachte als Vorstufe

van een christelijke, syncretisme als de oplossing te bieden

van de vraag naar de wording van het Christendom, is even

ongeoorloofd in onze oogen, als een zgn. neutraal, op eigen

terrein, philologisch verklaren, zooals Reitzenstein doet.

Ook dit leidt tot excessen; de schrijver van Mysterien-

religionen stelt de gnosis wel niet aansprakelijk voor het

ontstaan van het Christendom, maar laat toch wel van d e

dateering der gnosis het begin van het Christendom afhanke-

lijk zijn. ^) (Zoo wordt Paulus geteekend als de man, die in

een hellenistisch milieu opgegroeid is, zich aanpaste niet

aan de Joodsche profeten, maar die van de Mcssiasverwach-

ting der Joden, het geloof aan den verlosser-gezant van God

voor de geheele menschheid maakte, en dit alles verbond

met de persoon van Jezus.) ^)

Zoo is er een overschatten van eigen terrein en een heer-

schen over wat buiten den gezichtskring moest vallen, omdat

het is een voorbijzien van wat eigenlijk eerst is en een ver-

geten van een „dogmatische" houding, die zegt: niet Paulus

was eerst, maar Christus; en niet de gnosis (de verwarring)

was eerst, maar Christus (het zuivere).

Beter is dan, dunkt mij, een oordeel van Prof, Windisch

in Theol. Tijdschrift^) over ,,Urchristentum und Hermes-

mystik", waar hij zegt, dat Paulus Anlage voor de Gnostiek

had, maar z'n yvcooi? aan Christus gebonden heeft.

Natuurlijk is het op zichzelf reeds een belangrijke

^) Zie de Einleitung van Reitzenstein's „Mysterienreligionen".

^, Zie weer de Einleitung,

3] Theol. Tijdschr. 1918, pg. 186,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 273

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's