Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 216

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 216

2 minuten leestijd

186 Z E L F C R I T I E K D E R PHYSICA

dogma niet af. Men overwoog, dat men de nauwkeurigheid

der metingen in principe steeds verhoogen kan en dat een

meting met onbegrensde nauwkeurigheid, dus ook een vol-

komen nauwkeurige kennis van een systeem, wel niet bereik-

baar, maar toch denkbaar was. Evenzeer kon men zich een

geest denken, voor wie de mathematische moeilijkheden

geen bezwaar opleverden en deze geest zou kunnen verrich-

ten wat den mathematici voorshands onmogelijk is.

In het bijzonder door Heisenberg zijn nu deze overwegin-

gen aan een kritische beschouwing vanuit het standpunt der

quantentheorie onderworpen. Is het inderdaad een physisch

geoorloofde extrapolatie, wanneer men de nauwkeurigheid

der waarneming onbegrensd opgevoerd denkt?

Wanneer men door meten iets omtrent een physisch ding

wil te weten komen, dan moet men zeker iets er mee doen,

op zijn minst moet men er naar kijken. Met andere woorden;

een physisch object, dat gemeten wordt, is niet meer het

object als zoodanig, maar het is steeds een object, dat in

wisselwerking is met het subject der waarneming. Deze wis-

selwerking kan niet anders dan door physische middelen

worden bereikt en het is daarom niet van tevoren zeker, dat

de toestand van het te onderzoeken systeem door deze wis-

selwerking niet wordt gewijzigd.

Stilzwijgend heeft men vroeger verondersteld, dat men

zich apparaten en proeven mocht denken, waarin deze wis-

selwerking geen rol speelt en waarmede dus een volkomen

nauwkeurige bepaling van den toestand van een systeem

mogelijk is. Heisenberg merkt echter op, dat deze appara-

ten en experimenten toch in elk geval physische zullen moe-

ten zijn en dat dus VOM- de wisselwerking ook zal moeten

gelden de regel der quantentheorie, dat de geringste energie,

die kon worden overgedragen, nog altijd een eindige waar-

de, n.l. die van ,,een elementair energiequantum" bezit. Nu

vertegenwoordigt z o o n energiequantum weliswaar een zeer

geringe hoeveelheid energie, maar deze begint toch een rol

te spelen, wanneer men te doen heeft met de elementen der

atoomphysica, electronen en protonen. De volkomen nauw-

keurige vastlegging van den toestand van een physisch sys-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 216

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's