Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 287

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 287

2 minuten leestijd

GELOOF EN PHILOSOPHIE 249

taal dualisme van de oudheid zich tot een horizontaal

dualisme van geest en natuur in het moderne denken. De

grens liep nu door het psychische heen. Men onderscheidde

een „philosophische psychologie" en een natuurweten-

schappelijk-experimenteele>

Nu heeft het er veel van, dat het moderne denken zelf

het slachtoffer van dezen gang van zaken geworden is.

Men meende n.I. in de mathematiek een middel te bezitten,

waarmede men de natuur kon „beheerschen". Daarom zag

men in de natuurwetenschap het ideaal en voorbeeld van

alle wetenschap (Descartes, Kant, de Marburgers, onder

invloed van de Pythagoreeërs, Plato, Democritus). Het bleef

echter niet bij deze overbelasting van de natuurwetenschap

met een voor haar onuitvoerbare taak, maar ook werd door

sommigen de natuurwetenschappelijke methode als de eenig

mogelijke beschouwd (Empirisme, Hume). Wat niet paste

in het natuurwetenschappelijk schema werd soms genegeerd

(Positivisme, Comte, Mach) soms zelfs geloochend (Ma-

terialisme, Moleschott, Büchner), Waren de resultaten der

natuurwetenschap op haar eigen terrein enorm, toegepast

op een ander veld moest ze tot mislukking leiden, daar ze

van de boven-physische functies slechts de retrocipaties op

het physische ontwaarde, terwijl ze dan in de meening ver-

keerde haar onderwerp in zijn volle complicatie te hebben

gevat. 1) Kwam dus op deze wijze reeds het „hoogere" in

het gedrang, nog dringender eischte de ,,waardenleer" ver-

zet tegen het nivelleerend imperialisme der natuurweten-

schap. Deze waardenleer — bij het Humanisme feitelijk de

zelftaxatie van het subject — moest onder den invloed der

positivistische tendenzen in de richting van Utilitarisme

(St. Mill) of Pragmatisme (James) gedrongen worden.

Als een direct verzet tegen het Naturalisme valt te be-

schouwen de vlucht naar de metaphysical Tegenover „die

Nachtansicht" van het Naturalisme stellen Fechner en

^ Zoo onderzocht het psychologisme slechts d« retrocipaties van

het pistische, ethische, juridische enz. op het psychische, dat boven-

dien nog natuurwetenschappelijk geïnterpreteerd werd, Het essentieele

van het boven-psychische moest den psychologisten wel ontgaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 287

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's