Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 262

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 262

2 minuten leestijd

226 IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK

vinden precies hetzelfde,: ze vinden in 't geheel niets. De

P, die in beiden één is, vindt voor hen. Het ,,m. i." is haar

beleef dheidsvorm.

Wie eens een lijstje ging aanleggen van alle beginzinnen

van polemische artikelen uit een kerkelijke twist, zou een

interessante verzameling krijgen. Het interessante zou hierin

bestaan, dat ze alle te herleiden zouden zijn tot varianten

van niet zoo heel veel grondtypen. Want originaliteit is.

geen P-eigenschap, en alleen als een geval zich wat gaat

verwikkelen komt er weer iets nieuws. Dat voor alle vol-

gende gevallen weer dienen kan. De P-stijl is zeer markant,

d.w.z, ze heeft weinig middelen en veel toepassing.

Dit alles behoort nog maar tot de passieve zijde der

solidariteit, de schemerige, sluimerende schaduwkant van

het onbewuste. Hier voegen zich de individuen lijdelijk en

vanzelf in het eenheidsfront; terwijl zij meen en zelf te

handelen, zijn ze slechts figuren in de handen der P.

Anders wordt dit bij de actieve solidariteit. Zij komt uiter-

aard 't meest voor bij leidende figuren en bij hen, in wie

meer aanwezig is van een persoonlijkheid die de origo is

van hun daden, die origineel zijn. Wie individueel niets is,

is het hechtste en massiefste P-element. De onpersoonlijke,

typische mensch is van natvue partijwezen, hij heeft het minst

te verloochenen. Aan dit type is het gemakkelijkst te zien

hoe een ego-istisch instinct van den individueelen levensvorm

overgaat in den collectieven. N.1. het instinct tot zelfbehoud.

Als dit egoïstisch ego spreken kon, zou het aldus spreken:

,,Geïsoleerd besta ik niet, want ik ben niets. Om te kunnea

leven is een besef van persoonlijke waarde noodzakelijk.

Nu red ik mij uit het dreigende niet-zijn tot het zijn, in de

partij. Die ik nu „mijn" partij mag noemen. Ik ben (iets)

want de partij is (iets). Nu heb ik mijn waarde-, dat is

mijn levensgevoel. Het groepsego is nu het mijne, mijn

individueel ego heb ik daarin geofferd." Men ziet tevens

het tegenbeeld van de K opdoemen: de echte redding van

het individu. Geen ,,redding" ( = handhaving) van het ego

in een groeps-ego, maar echte redding ( = offering) in het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 262

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's