Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 284

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 284

2 minuten leestijd

246 DE VERHOUDING TUSSCHEN

phie 1). Maar aan deze Grieksche philosophie had ze haar

geloofsbegrip 2) reeds lang aangepast, zoodat er feitelijk

niets meer te „verzoenen" viel!

Anderzijds stelt Emil Brimner in „Gott und Mensch" ^)

philosophie en geloof in een onverzoenlijke tegenstelling

tengevolge van zijn identificatie van philosophie en humanis­

tische philosophie. Wel is waar maakt Bnmner een uit­

zondering voor de critische philosophie.

Deze heet zelfs een „selbstverständliche Begleiterin theo­

logischer Arbeit" (pg. 3). Maar deze waardeering voor de

critische philosophie geldt uitsluitend haar „rein formale

kritische Prüfung der Begriffsmittel" (pg. 3) en eiders heet

ze ,,pädagogisch­propädeutisch" *). Ontbreekt echter deze

critische instelling, dan leidt elk philosophisch denken tot

monisme (pg, 7, 8). Wel gaat dit monisme gepaard met het

dualisme van subject­object (pg. 8), maar steeds valt de

monistische grondtrek gemakkelijk te herkennen; het subject

stelt het object als een continu­verbonden eenheid, waarin

geen plaats is voor de erkenning van de grens tusschen God

en kosmos (p^. 9) van de creatio ex nihilo (pg. 10) ^), van

het feit der zonde („ein Risz durchs Ganze hindurch") en de

vergeving (pg. 18) *). Dit monisme, om niet te spreken van

deze monomanie (pg. 8), deze ,,icheinsame Denkverschlos­

senheit" (pg. 23), deze autarkeia (pg, 14) ligt in het wezen

van het denken zelf. „Gerade das, dieses es sich nicht

sagen lassen müssen, sondern es sich selbst sagen können

ist das Wesen der Vernunft mit der alle Philosophie

arbeitet" (pag. 8).

^) Beurtelings noemde men Plato of Aristoteles, „de philosooph".

J. M. Verweyen, Die Philosophie des Mittelalters, Berlin und Leipzig,

1921, pg, 5.

^) de „fides quaerens intellectum".

*) Tübiagen, 1929, pg. I—24. Waar niet nader vermeld, is dit boekje

geciteerd.

^) Die Mlystik und das Wort, Tübingen 1928, pg, IV, Zie ook: Phi­

losophie und Offenbarung, Tübingen, 1925, pg. 9 v.

') Philosophie und Offenbarung pg. 34,

*) Philosophie und Offenbarung pg. 23, Religionsphilosophie evange­

lisdher Theologie, BerKn und München, 1927, pg, 35,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 284

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's