Studentenalmanak 1931 - pagina 84
72 A A N P R O F . DR. C. V A N G E L D E R E N
hieldt met taaie vasthoudendheid bij al die kleine dingetjes
de groote lijnen in het oog. Wij waren vaak allang den
draad kwijt. W a a r ging het ook haast weer over??? E r
scheen geen eind te zullen komen aan de paragrafen; het
materiaal, dat ondersteboven gehaald werd, stapelde zich
op en het leek een bergstorting van louter losse blokken en
zandstroomen, die niks met elkander hadden uit te staan.
Maar dan opeens de verrassing: „Mijne beeren, ik kom nu
tot de s a m e n v a t t i n g . . . . "
Drie of vier volzinnen en daar hadden we 't!
Het laatste rotsblok viel èn. . . . er stond een pyramide
vóór ons in haar aere-perennius-maiesteit, massief, af. Nie-
mand, die er een spleet in ontdekte. Niemand, die de
groote lijnen niet zag!
Zóó hebt ge ons inzicht verschaft door overzicht en door-
zicht te geven.
Zóó klinken die korte, puntige gezegden in de conclu-
sies als axioma's voor-het-leven in ons hoofd en hart na.
Ik zie het altijd als een vrucht van Uw saam-gegroeid
zijn met de Oostersche, Oud-Testamentische gedachtenwe-
reld. Zoo spreken ook de historie-schrijvers in de Schrift,
Ellenlange verhalen soms, een aaneenschakeling van
schijnbaar onsamenhangende feiten uit het leven van een
koning b.v,, maar dan aan 't einde een korte slotzin, waar-
door het ,, ver band" en de strekking aan het geheel ineens
glashelder wordt, 6f er staat aan 't begin zoo'n typeering
als: ,,En hij deed wat r e c h t . . . . wat kwaad was in de
oogen des Heeren", die al het volgende beheerscht.
Zulke kleine trekjes hebt gij ons herhaaldelijk aange-
wezen en er den sleutel mee aan de hand gedaan voor de
opening van zoo menig ontoegankelijk schijnend Schrift-
gedeelte. Ik denk behalve aan Uw studie over Job, nog
telkens aan het propaedeutisch college, toe we o.a, II Sam.
11 lazen en U onze aandacht hebt gevestigd op de afwe-
zigheid van elke oordeelvelling over Davids moord en
overspel, en ik hoor U nog zeggen: „Zie, dat is karakteris-
tiek. De feiten spreken voor zichzelf. Het is zoo geteekend,
dat de mededeeling van het gebeurde alléén al voldoende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's