Studentenalmanak 1931 - pagina 255
IETS OVER KERKELIJKE POLEMIEK 219
tegenstelling hierin, dat, naar een vaste wet, alles wat het
leven beteekent voor den een, den dood brengt aan den
ander,
In elkaar tegenover elkaar: de leugen is voor de Kerk
(in de kerk) wat vergif is voor het bloed: zij sterft eraan.
De waarheid is voor de Partij (in de kerk) wat het licht is
voor den nacht: zij heft haar op. Hetzelfde is in te vullen
voor de liefde bij de Partij, voor den haat bij de Kerk, Met
de sympathie en bijval der velen voedt zich de Partij, maar
de Kerk eet zich daaraan den dood. De hoon der wereld
is de roem der Kerk, maar zij is een doodsteek in de
beenderen der Partij, Buigen onder het oordeel Gods,
voortdurend, en erkenning van schuld, zijn het voortdurend
behoud der Kerk, maar één radicale schulderkenning der
Partij beteekent haar zelfmoord. De glorie der Partij is
zoetheid voor haar leden, maar als de geloovigen verdrukt
worden, blinkt de Kerk, Zelfcritiek is het levenssap voor
de wortels van den boom der Kerk en berouw drijft den
bloesem uit aan zijn takken, maar in de vermijding der
zelfcritiek zal de Partij hoog opschieten. Als de Kerk zwak
is, dan is zij machtig, maar als de Partij zwak is, dreigt
haar ondergang. Macht is voor de Partij een levensbelang,
voor de Kerk een doodsgevaar. Wat de Kerk doet over-
winnen, brengt de Partij ten val. De Kerk bezit in haar
lijdzaamheid haar ziel, maar als de Partij duldt is haar uur
geslagen. Als de Kerk mislukt in de wereld, treedt zij met
Christus uit Gethsemané, maar als zij slaagt, ontvangt ze
met Judas dertig zilveren penningen. Als de Partij slaagt,
triumpheert ze, maar de Kerk triumpheert als ze onder-
gaat,
P-formatie treedt in, zoodra en zoo vaak iets in het
„centrum" wordt geplaatst, wat niet Christus Zelf is,
zoodra een kerk zich decentraliseert. En dit gebeurt onop-
houdelijk, In het centrum kan van alles geplaatst worden.
Men kan Christus op duizenderlei wijze verloochenen en
doet dat ook. De kerk wordt Partij, als ze in plaats
van Christus in het centrum ziet: zichzelf (tegenover de
wereld, of tegenover een ander instituut), één van haar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's