Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 272

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 272

2 minuten leestijd

234 BEGIN EN OORSPRONG VAN

parallellen, die dienen ter verklaring van wat Oud­ en

Nieuw­Testament biedeïf.

Enkele dingen zijn te noemen:

Twee beschouwingen, als tegenover elkaar staande, tref­

fen al dadelijk: aan de ééne zijde die beschouwing, die het

Christendom, vooral de prediking van Christus, geheel in de

omlijsting van het Jodendom wil zien; die de geschiedenis

van het Palestijnsche Jodendom met haar nadruk­leggen op

wet en ge'boden, vooral in den tijd na de ballingschap en de

jaren der Maccabeeën ten grondslag wil leggen aan de

periode van Christus' werk en den verderen loop van het

Christendom, door een Paulus uitgedragen bijv. Uit zich­

zelf, zegt men, wordt zoo het Christendom verklaard. Zoo

een Ed. Meyer in meergenoemd boek.

Daartegenover staat de richting, die geheel Grieksch,

misschien beter: Hellenistisch georiënteerd is, We weten dat

allen: zoo maakt men van Paulus een Griek, de stichter van

het Christendom. Zoo is het de hellenistische gedachtensfeer,

die door Septuaginta, Apocriefen en Philo al reeds gedragen

wordt binnen het terrein van het eerste Christendom.

We noemen hier de Religionsgeschichtler Bousset met

z'n xvQiog XQIOTO?, een Gunkel, een Pfleiderer, Vooral ook

Reitzenstein c.s., die de vroeg­christelijke litteratuur, en

daarmee vooral de „Mysterienreligionen" in z'n onderzoek

betrok.

En dan treft al heel spoedig de eigenaardige probleem­

stelling. Wel heel sterk komt die uit in een bestrijding van

Karl HoU, in een artikel „Urchristentum und Religions­

geschichte" 1). Een verwijt, als Reitzenstein hier doet, als

zou K. Holl al van tevoren zijn standpunt hebben vast­

gesteld, een verwijt van a­priorisme dus, en als zou daarin

nu alles moeten passen, en de qualificatie „dogmatisch",

doen ons vreemd aan; temeer waar het volgens Reitzenstein

hier zou gaan over de vraag: is „Erklären" mogelijk en ge­

^) Anhang III van het w e r k van Reitzenstein­Schaeder „Studien zum

antiken Synkretismus aus Iran und Griechenland". Leipzig 1926, pg.

175, 176.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 272

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's