Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 217

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 217

2 minuten leestijd

ZELFCRITIEK DER PHYSICA 187

teem komt in laatste instantie neer op het bepalen van de

plaats en bewegingstoestand van alle electronen en pro-

tonen, waaruit het systeem is samengesteld. Geeft men zich

nu echter rekenschap van het feit, dat bij alle proeven, die

men zou kunnen uitdenken, om de plaats en den bewegings-

toestand van een electron of proton te bepalen, de wissel- H

werking met het meetapparaat in aanmerking moet worden

genomen, dan komt men tot het verrassende resultaat, dat

een gelijktijdige exacte bepaling van plaats en bewegings-

toestand principieel onmogelijk is. Men kan wel plaats en

snelheid gelijktijdig bepalen, maar dan moet men toelaten,

dat elk der metingen een zekere onnauwkeurigheid bevat.

Het product der beide onnauwkeurigheden hangt samen met

een universeele natuurconstante, het werkingsquantum, dat

in de quantentheorie een fundamenteele rol speelt. Ook in

meer algemeene gevallen, dan die van het enkele electron,

kan men steeds twee soorten van zulke physische groot-

heden aangeven, die tezamen den toestand van een systeem

Volkomen zouden bepalen in den zin der klassieke mechani-

ca, die echter volgens de quantenmechanica principieel niet

gelijktijdig nauwkeurig ktmnen worden vastgelegd. Indien

dit echter zoo is, en indien wij in de physica niet meer

mogen invoeren dan datgene wat physisch realiseerbaar is,

dan is ook het physische causaliteitsprincipe inhoudsloos.

De formuleering daarvan begint immers met de veronder-

stelling ,,Indien de toestand van een systeem volkomen

bepaald is, dan , . ." Maar de inhoud van deze veronderstel-

ling is physisch niet realiseerbaar, dus heeft ook de uit-

spraak in zijn geheel geen beteekenis. Het determinisme, het

causaliteitsbegrip, is in de physica een ,,inhoudsloos" begrip

geworden.

Het gevolg is dan ook, dat de quantenmechanica ook het

dogma van de absolute geldigheid der natuurwetten moet

laten vallen en de natuurwetten als waarschijnlijkheids-

regels moet beschouwen. Zij vat de atomaire processen, die

de wortel van het natuurgebeuren zijn, op als volkomen on-

gedetermineerd, en bepaalt slechts de waarschijnlijkheden

van alle gebeurtenissen, die uit den mechanisch onbepaalden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's