Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 210

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 210

2 minuten leestijd

ZELFCRITIEK DER PHYSICA.

door G. J. SIZOO.

Sinds de physica den rang eener zelfstandige wetenschap

wist te veroveren, werd haar ontwikkeling gekenmerkt

door de tendenz om in de beschrijving en verklaring van het

natuurgebeuren de grootst mogelijke objectiviteit, eenheid

en exactheid te bereiken. In de primitieve natuurbeschou-

wing werd het natuurgebeuren opgevat als het handelen van

bezielde natuurwezens en naar analogie met het menschelijk

handelen verklaard. De ontdekking der natutu-wetten en

daarmede van de mogelijkheid de natuur te beheerschen,

leidde in de wetenschappelijke beschouwing echter tot een

uitbanning van alle elementen, die aan deze primitieve op-

vatting herinneren.

Deze wetenschappelijke bestudeering der natuur is van

het begin af gericht op een objectiveering van het natuur-

beeld, en wel een,' objectiVeering in dubbelen zin, n.1. in den

zin van de opvatting der natuur als dood object, gespeend

aan alle spontaneïteit, individualiteit, kortom, aan al die

eigenschappen, die voor het psychische bestaan als karakte-

ristiek werden beschouwd en in de tweede plaats in den

zin van de eliminatie van alle elementen, die door het sub-

ject der waarneming, de mensch, worden bepaald.

Deze objectiveering houdt nauw verband metl, en wordt

mogelijk gemaakt door het feit, dat de physica slechts die

zijde van het natuurgebeuren beschouwt, die tot quantita-

tieve betrekkingen in tijd en ruimte kan worden herleid.

De bewuste abstractie van alle eigenschappen en verhoudin-

gen in het waargenomene, die niet quantitatief bepaalbaar

zijn, heeft noodzakelijk tengevolge, dat het beeld, dat de

physicus zich van de werkelijkheid vormt, armer is dan die

werkelijkheid zelf; het is er, om zoo te zeggen, slechts het

geraamte van.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 210

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's