Studentenalmanak 1931 - pagina 291
GELOOF EN PHILOSOPHIE 253
Voor de bovennatuurlijke sfeer der kerk was de ,,boven-
natuurlijke" Schriftopenbaring de autoriteit, voor de natuur-
lijke sfeer de natuurlijke ratio al of niet gepersonificeerd in
Aristoteles. Wel mocht die natuurlijke ratio niet in tegen-
spraak komen met de bovennatuurlijke leer der kerk, maar
overigens was ze autonoom, zoodat het hiunanistisch denken
zich onder de bescherming der kerk ongestoord kon ont-
wikkelen om zich straks in zijn waren aard te openbaren.
Niet dat de Renaissance op één dag de synthese tusschen
Humanisme en Schriftgeloof verbroken heeft. Descartes
heeft de Openbaring nog noodig. Om zijn humanistisch
denken over het doode punt van de skepsis heen te
brengen, doet hij een beroep op Gods waarachtigheid: God
zal hem niet bedriegen en daarom kan hij het ware van het
valsche onderscheiden, i) Maar nadat deze fictie van den
„Dieu trompeur" voor Pascal — althans kentheoretisch —
werkelijkheid is geworden 2), gaan de beide factoren der
synthese tot verdere ontbinding over. Het terrein, waarvoor
men een ,.bovennatuurlijke" openbaring meent noodig te
hebben, wordt steeds kleiner, dat van de natuurlijke ratio
steeds grooter en aan het eind van dezen weg staat Fichte
met zijn ,.Versuch einer Kritik aller Offenbarung".
Supranaturalisme en Vermittlungstheologie zochten een
nieuwe synthese met het thans geëmancipeerde denken,
maar ze bereikten niet meer dan een bescheiden poging om
het geloof in de Openbaring voor de „rechtbank der Rede"
te rechtvaardigen.
Dringt dus de historie zelf naar een zelfstandig niet-
hiunanistisch denken, dan blijkt het Calvinisme voor zulk
een denken de mogelijkheid te bieden. Immers, het Calvinis-
me kent, als het zichzelf is, het horizontale dualisme in geen
enkelen vorm, noch dat van hooger-lager, noch dat van
natuur-genade, maar in plaats daarvan de verticale dualiteit
van goed en kwaad, een dualiteit, die den heelen kosmos in
alle modaliteiten doorsnijdt. Dit biedt drieërlei; 1. Blijft het
1) Medit. IV, Vorländer II, pg. 15.
^) Emist Cassirer, Das Erkeantnisproblem in der Philosophie und
Wissenschaft der neueren Zeii P, BerMn 1922, pg, 523.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931
Studentenalmanak | 340 Pagina's