Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 288

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 288

2 minuten leestijd

250 DE VERHOUDING TUSSCHEN

Lotze ,,die Tagesansicht" hunner inductieve metaphysica.

Een andere poging is voor het „hoogere" eenzelfde methode

te construeeren als men in de natuurwetenschappelijke

voor het ,,lagere" reeds bezat. Zoo stelde het Badener Neo-

Kantianisme een idiographische methode voor het ,,ge-

schichtliche" naast de nomothetische voor het natuurwet-

matige (Windelband), een cultuurwetcnschappelijk-,,ver-

stehende" voor het historisch-individueele naast de natuur-

wetenschappelijk-„erklärende" voor het algemeen-wet-

matige (Rickert).

Nadruk leggend op de kentheoretische beteekenis van de

mathematiek ontwikkelt Kant in zijn transzendentale Ana-

lytik zijn constitutieve categorieën. Maar reeds in het

organische bleken deze categorieën ontoereikend, omdat het

doelmatige in het organische er niet mee verklaard kon

worden. Daarom postuleert Kant in zijn transzendentale

Dialektik zijn regulatieve ideeën; God, wereld, ziel. Niet dat

deze ideeën z. i, aan een van het denken onafhankelijke

werkelijkheid beantwoorden. Immers, de eenige methode,

die volgens Kant streng wetenschappelijk is, de mathe-

matische, schiet hier tekort. De regulatieve ideeën dienen

slechts om het denken te reguleeren. Het denken moet, om

zichzelf mogelijk te maken, in zijn activiteit te werk gaan

alsof deze regulatieve ideeën aan een zijn beantwoordden. ^]

Door heel de geschiedenis van het moderne denken heen

valt dit tweeërlei motief op te merken. Eenerzij ds meent

men in de mathematiek een zekerheidscriterium gevonden te

hebben, dat men ook buiten het mathematische veld wil toe-

passen. Derhalve beschouwt men de mathematiek als het

ideaal voor alle wetenschap, soms zelfs als de eenige

wetenschap. Anderzijds blijkt de mathematiek ontoereikend

in het boven-mathematische. Dus zoekt men naar een me-

1) Vorländer II, pg. 223.

DH niet te verwarren met Hans Vódhingers „Philosophie des Als ob",

die alle principiën (ook de mathematische) als een „Ak ob" qualifi-

ceert. Dit is duis- nominalistisch. Zie verder over de regulatieve ideeën:

Paul Natorp, Philosophie, Ihr Problem und ihre Probleme, Göttin-

gen. 1911.

r

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 288

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's