Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1931 - pagina 286

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1931 - pagina 286

2 minuten leestijd

248 DE VERHOUDING TUSSCHEN

een deel van 't goddelijke, dat de wereld geordend heeft ').

Zoo wordt het subject vergoddelijkt en krijgt het de be-

teekenis voor scheppende of althans vormende activiteit.

Plato rekent het getal, de ruimte en de (tijdlooze = hier

„eeuwige") waarheid tot het subject. De abstractie-theorie

brengt nu ook in het object een verandering tot stand; het

algemeene als het onzichtbare staat nu tegenover het bij-

zondere als het zichtbare, correleerend met begrip en voor-

stelling in het subject^). Zoo verruimde het kentheoretisch

dualisme van subject-object zich tot een cultuurphiloso-

phisch horizontaal dualisme van onzichtbaar-zichtbaar.

Het organische was hierbij de grens. Het psychische en

boven-psychische gold voor het onzichtbaar-hoogere, het

beneden-psychische voor ziohtbaar-lager. Dit horizontaal

schema voor hooger-lager (bij de Stoa innerlijk-uiterlijk) is

beslissend geweest voor de verdere ontwikkeling van het

Westersche denken.

Zoo accepteerden de Middeleeuwen bijna zonder wij-

ziging de op dit horizontalisme gegronde physica en meta-

physica van Aristoteles. Wel nam Augustinus' kerkbegrip

bij de scholastiek een centrale plaats in en zou men dus op

grond hiervan een verticaal dualisme tusschen zonde en

(werking der) genade verwachten.' Maar ook Augustintis'

dualisme van massa perditorimi en civitas dei was ge-

construeerd onder Griekschen, n.l, Neo-Platonischen

invloed en heeft derhalve de horizontale beschouwing van

hooger-lager allerminst verzwakt. Integendeel, de onzicht-

baar-zichtbare werkelijkheid der Oudheid werd als lager-

„natuurlijk" gesubordineerd aan het hoogere-,,boven-

natuurlijke" met als grens het sacrament. Het natuurlijke

werd door het bovennatuurlijke „gewijd". De Renaissance

beschouwde echter het bovennatuurlijke als een fictie. Ze

saeculariseerde het „natuurlijke" en onderscheidde daarin

weer het antieke ,,onzichtbare" en „zichtbare", maar nu als

„geest" tegenover „natuur". Zoo ontwikkelde het horizon-

') Karl Vorländer, Geschichte der Philosophie 16, Leipzig 1921,

pg. 76.

'] Logos en Ratio pg, 9, 10,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's

Studentenalmanak 1931 - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1931

Studentenalmanak | 340 Pagina's