Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1933 - pagina 147

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1933 - pagina 147

2 minuten leestijd

EN THEOLOGIE 135

verwachten wij hetzelfde gebeuren ook in de toekomst, Hoe

levendiger de voorstelling is, des te siterker zal de over-

tuiging wezen.

Uiteraard is men hier vrijwel bij het scepticisme xiitge-

komen. De wetenschap, met name de natuurwetenschap, is

onmogelijk, daar geen samenhang in de wereld bestaóit,

maar ook het „ik'' is opgelost in een bimdel voorstellingen.

Het logische is herleid tot het psychische, iets, wat daar-

om reeds onmogelijk is, omdat het onderscheiden van hel

psychische (b,v, de grens tusschen „buitenwereld" en „ik")

reeds het logische onderstelt. Daarbij komt nog, dat Hume

óf het bewustzijnsverschijnsel moet herleiden tot 'n fictie,

of het met iets anders — hoe onbepaald ook — in causale

relatie moet brengen,

In de tweede plaats, welke is de rechtsgrond om wei

relatie aan te nemen in het psychische, n.l. de associatie,-

wetten, die bovendien min of meer aan mechanische wetten

doen denken.

Het schema van buitenwereld en binnenwereld, gelijk aan

physisch—psychisch, leidt vanzelf tot de vraag het bestaan

van deze wereld te bewijzen, terwijl veeleer de vraag

gesteld moet worden, welke de rechtgrond is, om tusschen

buitenwereld en binnenwereld te onderscheiclen.

In de psychische waarneming ligt zeker geen logische

noodzakelijkheid, maar de natuurwetenschap heeft zich niet

op de psychische waarneming te richten, maar op het phy-

sische met behulp van het experiment. Eindelijk staan

waarneming en voorstelling niet tot elkaar als grootere en

mindere levendigheid.

Kant stelt zich zóó de vraag: es gibt eine reine Natur-

wissenschaft, wie ist sie möglich? Kant geraakte bij zijn

overgang van de vóór-critische tot de critische periode tot

het juiste inzicht, dat kennen iets anders is dan afbeelden.

Door Hume's critiek op de causaliteitswet waren de

onderstellingen van de natuurwetenschap ondergraven.

Haar mogelijkheid hing af van de vraag: ,,hoe synthetische

oordeelen a priori mogelijk" zijn. Zulk 'n oordeel is b,v,

de causaliteitswet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Studentenalmanak | 222 Pagina's

Studentenalmanak 1933 - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Studentenalmanak | 222 Pagina's