Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1933 - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1933 - pagina 149

2 minuten leestijd

EN THEOLOGIE 137

onmogelijk is, dat elke waarneming tijd onderstelt en in

dien zin de tijd a priori is, toch blijft het feit bestaan, dat

het hier om den psychischen tijd gaat. Formeele punten

van overeenkomst helpen niet voldoende om het psychische

en logische te verbinden, te minder, indien men deze beide

zóó scherp tegenover elkaar stelt, als Kant doet. De aan-

wending van de categorie der causaliteit geschiedt nu na

herhaalde waarneming van opeenvolging in den tijd. Groote

moeilijkheden ontstaan op deze wijze voor de mathesis en

de natuurwetenschap. De eerste heeft niet voldoende aan

het psychologisch ruimte- en tijdbegrip van Kant,

De laatste heeft voor haar terrein andere begrippen noo-

dig, dan die van psychischen duur en gelijktijdigheid. Ten-

slotte is in deze theorie de verbinding tusschen het psychi-

sche en logische niet gelukt, terwijl ze door het bewustzijns-

vcrschijnsel als gegeven te aanvaarden het probleem van

de rechtsgeldigheid der logische abstractie over het hoofd

ziet.

Alvorens nu enkele hoofdeigenschappen van de oude

physica te vermelden bespreek ik eerst het gevoelen van

Calvijn, Een philosoof was Calvijn niet, maar gezien het

feit dat men herhaaldelijk de religieuze gedachte van de

praedestinatie in verbinding brengt met de tegenstelling

determinisme of indeterminisme en somtijds meent, dat de

laatste vrij spel heeft bij het ontbreken van strenge causa-

liteit, brengt mij er toe om zijn meening kort te vermelden,

In Boek I (Cap, 15*) legt Calvijn er allereerst den nadruk

op, dat de mensch een vrijen wil had in den staat der

rechtheid.

Onmiddellijk laat hij er op volgen, dat het onjuist zou

zijn, hier de verborgen voorbeschikking Gods bij te halen.

Het gaat er niet om, wat er kon gebeuren, maar of Adam

kon wat hij wilde. God was vrij om de gave der volharding

niet te geven.

Een belangrijke onderscheiding is voorts (II Cap. 4') die

tusschen noodzakelijkheid en dwang. En déze vrijheid n,L,

dat we niet door dwang zondigen, is niet verhinderd, al

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Studentenalmanak | 222 Pagina's

Studentenalmanak 1933 - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Studentenalmanak | 222 Pagina's