Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1933 - pagina 161

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1933 - pagina 161

2 minuten leestijd

EN THEOLOGIE 147

gegeven in ons bewustzijn (pag, 29). Deze vindt dus haar

grond in het feit, dat wij niet alles volkomen kunnen

kennen.

Natuurlijk is dit geen argument. Gaarne kan men toe-

geven, dat onze kennis onvolmaakt is, maar als Planck

eenmaal op logische gronden aanneemt, dat er een strenge

causaliteit is, zie ik niet in hoe onvolmaakte kennis deze

kan opheffen, Hoe geringere kennis dus, hoe meer wilsvrij-

heid, ofschoon causaliteit onafhankelijk van ons in een

onkenbare buitenwereld streng heerscht!

Planck vreest terecht het indeterminisme, maar practisch

gezien heeft ook hij slechts waarschijnlijkheidswetten.

De causaliteit in de reale Aussenwelt is onbekend, daar-

om neemt hij de toevlucht tot een idealen waarnemer, in

het physikalische wereldbeeld is ze te handhaven, maar dat

beeld is niet meer dan hulpmiddel (pag, 20) en moet toch,

wil het zin hebben, met den physischen wetskring in relatie

staan en in de „Sinnenwelt" is ook de gezochte strenge

causaliteit niet te vinden. Bovendien moet terwille van het

door vloeren van het determinisme in zijn wereldbeeld heel

wat op den koop toe genomen worden, waarmee Planck

geen weg weet {pag, 10, Der Kausalbegriff in der Physik),

Het schijnt mij daarom toe, dat het beter is om over de

mindere aanschouwelijkheid der nieuwe physica verheugd

te zijn. Immers, de reden der moeilijkheden, ontstaan door

de twee beschrijvingsbeelden, gelocaliseerde deeltjes en

uitgebreide golf systemen, moet juist daarin gezocht wor-

den, dat we deze twee willen voorstellen.

In de tweede plaats moet zoowel toeval als noodlot afge-

wezen worden. God bestuurt en leddt alle dingen, ook in

de wereld der atomen, maar daarom is alles nog niet te

kennen.

In de derde plaats moet gehandhaafd worden, dat *n

hoogere kring, b.v. de biotische, een lageren, den physi-

schen leidt. De souvereiniteit van iederen kring ^) kan bij

^) Men vergelijke de interessante probleemstelling van N. Hartmann

in „Das Problem des geistigen Seins," 1933 (pag. 15). Maar de synthese

tusschen de lagere en hoogere categorieën gelukt hem niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Studentenalmanak | 222 Pagina's

Studentenalmanak 1933 - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1933

Studentenalmanak | 222 Pagina's