Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1936 - pagina 179

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1936 - pagina 179

2 minuten leestijd

DE JAS MET GOUDEN KNOOPEN 169

Jaap betaalde toch zeker zijn huur! Maar daar moest hij

zelf om grinniken, 't Was me 'n mazzel, zoo goedkoop

als hij hier woonde! En de huisheer schold toch ook niet

als zijn nachtwaker den ganschen lieven dag een eigen

negosie deed en 's nachts sliep. Die regeling beviel

beiden best: mocht er eens wat gebeuren, dan was Oom

Jaap tenminste bij de hand; de huisheer trok nog een

buurtje van dat rare hok, dat een vergeten koopman,

ééns, op dien zolder had laten afschieten; en Jaap

woonde voor een krats, wat heel belangrijk was. Elk

dubbeltje, dat hij spaarde, had hij noodig in zijn negosie.

Waarvoor die eene kamer boven in het pakhuis ge-

diend had, was vrij raadselachtig. Om het uitzicht, op

de gescheurde muren en het ééne, eeuwig gesloten, dak-

luik aan de overzij, zou wel niemand er gaan zitten. En

waarom er die bedstee gemaakt? Blijkbaar had er toch

i e m a n d . . . . In ieder geval sliep nu Oom Jaap er. En hij

sliep er opperbest. Doodmoe van het douwen achter zijn

kar zakte hij in het bolle veerenbed en wanneer de plan-

ken waren uitgekraakt, hoorde Jaap alleen zichzelf

ademhalen. Het lawaai van de Kalverstraat en de Singel

drong niet tot hem door, de stilte van de ingesloten

binnenplaats was volledig. Alleen een eenzame kat jam-

merde soms achter een van de daken. Zoo sliep Jaap in,

in diepe stilte, in het hartje van Amsterdam.

Den nacht vóór het vinden van de jas had Jaap een

droom. Hij was in bed en wist zeker, dat hij sliep, maar

toch scheen het, of hij met open oogen lag te kijken.

Het licht was wat sterker dan toen hij te kooi ging, maar

het was nog niet het ochtendgloren. Eerder leek het in

de voor-avond te wezen.

Het verwonderde Jaap heel niet, dat er iemand aan de

tafel zat en naar het raam staarde, zooals hij zelf zoo

vaak deed. Haast was er iets bekends, iets vertrouwds

in de aanwezigheid van dien vreemdeling. Hij had vrij

lang haar en een puntbaard, hij droeg een buis met een

breeden kraag. In de handen, die gevouwen op de tafel

voor hem rustten, stond een lange bleeke veer geklemd,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1936 - pagina 179

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's