Studentenalmanak 1936 - pagina 183
DE JAS MET GOUDEN KNOOPEN 173
telden de ouderen aan de jongmaatjes hoe een van de
schrijvers beweerde, dat, wie op late namiddagen in het
archief staat, schuins over de binnenplaats, achter de
ruitjes van het eene raam, dat daar is, een man kan zien
zitten. Hij draagt lang haar en een puntbaard, een breede
witte kraag ligt op zijn schouders, en in de handen, die
voor hem op tafel rusten, klemt hij een lange witte veer,
waarmee hy soms even gebaart. De oogen staren recht
vooruit, het raam uit; op het bleeke gelaat ligt een
rustige, tevreden uitdrukking.
De politie weet zeker, dat het vervallen pakhuisje te
huur, die kamer leeg staat. Maar waarom zou zoo'n
vriendelijke, rustige man, in ouderwetsche kleeren, niet
in een leege kamer aan een tafel zitten, die er niet staat?
Al hééft hij misschien indertijd Jaap er met een zoet
lijntje vandaan gekregen — kwaad doet hij er niet. En
hij zit er veilig. Onder politie-toezicht als het ware.
Dus waarom zou hij er niet kalm blijven zitten?
Oom Jaap gunde het hem graag!
En wij ook.
Requiescat in p a c e . . . .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Studentenalmanak | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936
Studentenalmanak | 242 Pagina's