Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1936 - pagina 204

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1936 - pagina 204

2 minuten leestijd

190 RO C O N S O L A T O G E N E R A L E D ' I T A L I A

zingen en zet een treurcantate in, hier en daar zelfs

onderbroken door 1 minuut stilte. Hij wil op een stoel

klimmen, die echter niet voorradig is. Daarom gaan wij

naar Poppelsdorf en huren daar één stoel, een mooie

zwarte met gelakte pooten. Op die stoel zingt hij

staande van het derde jaar, dat nooit verloren gaat. Hij

is wel geen derdejaars, maar hij wil het indolente

derdejaar treiteren, opdat ze uit hun mafkasten te voor-

schijn komen. Het derde jaar gaat nooit verloren, het is

nog nooit zoo belangrijk geweest, dat het verloren kon

gaan. Als mijn parasiet zijn nagels knipt, zegt hij ook niet

dat hij zijn nagels verloren heeft. Of zegt hij dat wel? Dan

moet hij een rondje geven, want het kroegbestuur is nog

nooit volledig geweest. Hebben wij nog wel kroegtijgers?

De gramofoon zingt van Thoolen Junior, die een buik

heeft als een dertigjarige stamboekhengst, volbehangen

met gouden legpenningen.

Wij zenden nu, ik en mijn plaat, een telegram aan

Dr. Colijn, een telegram van hulde en toewijding. Onder

het zingen van Da Costa's ondergangslied wordt het ant-

woord voorgelezen. Zoo brachten wij, geestelijke electri-

ciens, weer even het contact tusschen volk en leiders tot

stand, zullen wij nu toch nog scheuren?

Er wordt geklopt: „Is de Wandelende Jood thuis?" Dat

weet ik niet, die is reunist van F, Q. I. Op de trap eenig

gesluip en de deur wordt opengesmeten. Het is de groote

Senaat, hij zet zich neer in de kleine stoel, die ik

voor ƒ 4.60 van mijn tante kocht, hij zit erg graag dicht

bij de kachel.

Het corpsfluitje. Ik sta beleefd op en jakker de kachel

wat aan. Het is de trom „Eenheid", die men roert en de

praefectus cohortis rijdt binnen. Boven zijn hoofd hangt

een roode paraplu met goud en in zijn paard zitten de

hoofden van alle milites. Hij geeft de sporen en uit de

buik van het paard klinkt vol en gedragen, als de doo-

denmarsch, de cri-de-coeur van het verdwijnend volk,

het „Integer Vitae".

Achter hem volgen de milites zelf, gehuld in groen-wit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1936 - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's