Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1936 - pagina 153

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1936 - pagina 153

2 minuten leestijd

DE ONTWIKKEUNG DER CORPSIDBE 143

nieuwen moed wordt het de vergadering ingeslingerd

door den heer van Lummel: „Is deze vereeniging

dezelfde als da Costa?" en scherper door den heer

Rudolph: „Is dit een Corps? Ja of Neen!" (Not. da Costa

2 Maart 1882).

Thans wil men de quaestie meteen uitmaken. Nadat het

Bestuur naar aanleiding van een vrijwel unanieme ver-

klaring van de nieuwe leden dat ze niet collegiaal ont-

vangen zijn, is afgetreden grijpt men terstond de

eigenlijke quaestie weer aan en dient de heer van

Lummel een motie in: „De vergadering verklaart de

„vereeniging Soli Deo Gloria altijd te hebben beschouwd

„als Corps van de Studenten aan de Vrije Universiteit",

welke motie echter bij staking van stemmen wordt ver-

worpen, waarna een motie-Brouwer: „De vergadering

„verklaart de Vereeniging S. D. G. van nu af aan te

„beschouwen als Corps van de Studenten aan de Vrije

„Universiteit" met algemeene stemmen wordt aan-

genomen. 1)

Zoo is dan thans de Vereeniging een Corps, en kan de

Corpsidee haar ontwikkeling aanvangen.

Allereerst worden benamingen als „Vereeniging",

„Bestuur", vervangen door: „Corps", „Senaat". (Eerst

bij de wetsherziening van 1887 maakte de „Praeses" voor

den „Rector" plaats).

Nog moet vastgesteld hoe de werkwijze van het Corps

zal zijn zoolang geen vereeniging naast of in het Corps

voor de oratorische ontwikkeling der leden zorg draagt,

van welke plicht het Corps echter ontslagen kan worden

geacht als de op 26 October 1882 opgerichte orat. ver.

1) Cursiveeringen van ons. Bij deze oprichting van het Corps

waren aanwezig de beeren Ch. Hartong van Ark, R. K. Brouwer,

M. J. Dijk, J. V. Minnen; J. J. Lefèvre, J. C. W. van Lummel, H. R.

Nieborg, T. D. Prins, R. J. W. Rudolph, terwijl afwezig waren de

leden J. H. Houtzagers ( ?), N. Schouten, J. J. van Oordt en R. H. Pel.

Voor uitvoeriger uiteenzetting moge hier verwezen worden naar het

zeer overzichtelijke artikel van den archivaris i.t. den heer A. C.

van Nood ,,Concordia Res Parvae Crescunt" in den Almanak

N.D.D.D.-1931, waar hij t.o.v. de corpsidee een andere opvatting

schijnt te huldigen dan de onze.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1936 - pagina 153

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's