Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1936 - pagina 165

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1936 - pagina 165

2 minuten leestijd

DE ONTWIKKELING DER CORPSIDEE 155

eindpunt de aanneming van een motie H. C. Rutgers:

„Het Corps, overwegend dat in het algemeen de

„studentenwereld van de V. U. het best georganiseerd

„kan in een Corps waarvan ieder die aan die Universi-

„teit studeert, lid kan worden" (dus de „generale" uit-

„werking) gaat over tot de orde van den dag".

Naar aanleiding van deze motie wil de Senaat-

Harrenstein drie jaar later den grondslag in „generalen"

zin herzien. Vooraf wordt echter een enquête onder de

Corpsleden over deze materie uitgeschreven, die zoo

weinig belangstelling ondervindt en zoo geringe positieve

resultaten oplevert, dat besloten wordt van verdere uit-

voering der plannen af te zien. Voor studie van dit

onderwerp geeft deze enquête echter veel bruikbaar

materiaal.

Wel kondigen verschillende volgende Senaten nog

plannen in dien geest aan, doch voorloopig bleef de

zaak rusten.

Behoudens een minder belangrijke uitzondering kwam

deze quaestie pas weer ter sprake in 1920 naar aan-

leiding van het feit dat een adspirant-Corpslid extraneus

werd. De vraag rees: welke kracht de verklaring van

instemming met de belijdenis heeft. Van de groote hier-

over gevoerde debatten kan volstaan met te ver-

melden dat het Corps eerst constateerde „dat de

„verklaring in art. 6 der Statuten bedoeld, geenszins als

„een formaliteit mag worden opgevat, noch als goed-

„keuring van het feit dat het Corps op den grondslag

„der in art. 2 genoemde beginselen staat, maar over-

„eenkomstig de ondubbelzinnige woorden van het

„artikel en haar oorspronkelijke beteekenis, als een

„voor God en geweten afgelegde verklaring dat meu

„het met de Gereformeerde Beginselen eens is", (een

motie die, met bijna algemeene stemmen aangenomen,

te meer merkwaardig is, omdat ze duidelijk de ook den

laatsten tijd weer naar voren komende interpretatie van

artikel 6 der statuten ontkent en verwerpt), waarna het

Corps concludeert „dat het bestaande Corps moet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1936 - pagina 165

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's