Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1936 - pagina 161

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1936 - pagina 161

2 minuten leestijd

DE ONTWIKKELING DER CORPSIDEE 151

ook weinig materiaal te vinden, zoodat op slechts enkele

gegevens in de notulen, als het Corps er eens in gekend

werd, moet worden afgegaan.

Dat deze verhouding tusschen de verschillende dis-

puten (let wel: niet tusschen de personen zelf!) nooit

bijzonder hartelijk is geweest, valt niet te ontkennen;

juist hier ligt de zwakke plek van ons Corps. Maar ook

niet te ontkennen valt het feit dat die verhouding niet

dan slechts een hoogst enkele keer, de ontwikkeling

der Corpsidee heeft in den weg gestaan; en het is niet

onaardig juist deze gevallen even te memoreeren in een

kort historisch overzicht dat, zooals boven is uiteengezet,

vaak op gissingen moet berusten.

In den eersten tijd schijnt de onderlinge rivaliteit nog

niet die vormen aangenomen te hebben als in later

jaren. Hieraan werkten mee verschillende factoren:

men bleef slechts twee jaar dispuutlid; andere quaesties

hielden de gemoederen bezig; men kan lid van twee

disputen zijn — zoo was in 1907 dezelfde persoon ab-

actis van Demosthenes en praeses van F.O.R.U.M. —

terwijl de disputen vaak onderling introductie toe-

stonden. Buiten het feit dat Demosthenes eens, in 1895,

te vroeg uitnoodigingen verzond, geven de notulen geen

inlichtingen.

In de quaestie Corps-Bond schijnen de disputen geen

voorname rol gespeeld te hebben. Met zekerheid gecon-

stateerd kan weer alleen dat F.O.R.U.M. officieel contact

met den Bond onderhield.

In de eerste jaren na de wederoprichting van het Corps

schijnt de verhouding te verscherpen. De Notulen

melden echter slechts een ontstaan van de nihilisten-

quaestie in 1902.

Pas in het Jaarverslag van den rector Harrenstein in

1909 valt iets te bespeuren, als nml. geconstateerd wordt

„dat het partijwezen niet meer in het Corps voorkomt".

Wat inderdaad juist kan zijn. Eenige bevreemding wekt

dan echter wel het feit dat op die zelfde Corpsvergade-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's

Studentenalmanak 1936 - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1936

Studentenalmanak | 242 Pagina's