Studentenalmanak 1938 - pagina 170
Direct stuiten we hierbij op een moeilijkheid. Want al heeft Dr.
Kuyper in meer dan één studie zijn aandacht gewijd aan het vraag-
stuk van Calvinisme en kunst, toch hebben we van hem geen alge-
meene schets, laat staan een uitgewerkte proeve eener aesthetica,
aan de hand waarvan we zijn gedachten kunnen bestudeeren. Willen
we daarom spreken over de denkbeelden van Dr. Kuyper omtrent de
aesthetica, dan zuUen we moeten saamvergaren en combineeren
datgene, wat in verschillende werken en op tal van plaatsen ligt
verstrooid. Maar ook daarmee zijn we er nog niet. Aesthetica is niet
een theorie van het schoone, maar is de wetenschap van het schoone.
En ze heeft zoo een plaats in het geheel der wetenschappen.
Alvorens dus de denkbeelden van Dr. Kuyper over de aesthetica te
beschrijven, moeten we eerst eenige hoofdpunten weergeven van zijn
wetenschapsbeschouwing, die ook voor zijn schoonheidsleer van be-
lang zijn, om dan tenslotte te trachten aan de hand daarvan de
beteekenis van Dr. Kujrper voor den opbouw eener Calvinistische
aesthetica vast te stellen.
De belangrijkste bron voor het wijsgeerig systeem van Dr. Kujrper
is wel zijn „Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid" (1909 2),
waarin hij ook, speciaal in het 2e deel een algemeene encyclopaedie
der wetenschappen geeft. Behalve in dit werk komt ook nog in
„De Gemeene Gratie", Dl. 3 het onderwerp ter sprake, doch dan is
het meer een uitwerking van de conclusie, waartoe hij in de Ency-
clopaedie kwam.
Bij het behandelen van de vraag: wat is wetenschap?, begint K.
met te bepalen, wat het subject en het object der wetenschap is,
om daarna een definitie van de wetenschap zelf te kunnen geven.
Als subject van de wetenschap stelt hij de menschheid in organisch
verband of, kortweg, het menschelijk bewustzijn (9). Het object der
wetenschap is de geheele kosmos, dus ook de mensch (12). Tusschen
object en subject nu bestaat drieërlei organisch verband: verband
tusschen object en ons menschelijk wezen; tusschen object en ons
bewustzijn (momenten); en tusschen object en onze denkwereld
(relatiën). Deze drie verbanden maken den kosmos tot object van
de wetenschap, zoodat wetenschap is: het product van een te zijner
tijd met noodzakelijkheid opgekomen en steeds voortgaanden drang
in den menschelijken geest, om den kosmos, waarmee hij in orga-
nische verwantschap staat, plastisch naar zijn momenten in ons af
te spiegelen en logisch in zijn relaties door te denken (13—29).
Nu is de zonde in de wereld gekomen en deze werkte door in subject
en object beide. B.v.: de wetenschappelijke onderzoeker heeft last
van zelfbedrog en verbeelding (54); en er is leugen en misleiding
gekomen in de mededeelingen ons gedaan (53). Zoo heeft dan de
wetenschap een dubbele taak: ze moet het object op zichzelf onder-
zoeken èn ze moet polemisch optreden tegen de leugen, wanneer
daardoor het resultaat wordt vervalscht (62).
Leidt zoo'n opvatting nu tot eenheid van de wetenschap? Neen.
162
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Studentenalmanak | 226 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Studentenalmanak | 226 Pagina's