Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1938 - pagina 192

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1938 - pagina 192

2 minuten leestijd

een gemeenschap in de gemeenschap. Twee leugens in

één zin kan ik niet verdragen, dat is zelfs mij te veel.

Ik ga naar binnen, stop m'n ooren dicht en sluit mijn

oogen, maar 't lijkt wel alsof ze me een serenade willen

brengen en onder het raam blijven staan.

De hospita klopt aan om te vragen of de beeren boven

mogen komen.

„Nee, mevrouw, nee, alstublieft niet". Daar dringt al

een heel lang iemand binnen, of neen, 't zijn er twee, er

komt nog iets achteraan; die twee beginnen dadelijk te

vertellen dat je nooit van hospita moogt spreken, maar

altijd zegt „ploerterijjuffrouw". Ze halen een corps-

baret te voorschijn, zetten die op mijn hoofd, poten een

Minerva op mijn kast, beloven mij een mooi loophek met

de letters C.O.R.P.S.E.E.N.H.E.I.D. erop, plakken een

corpsbul tegen den muur en hangen voor het raam een

bordje „kast", wat buiten op een fluitsein met gejuich

wordt begroet.

Er wordt tegen het raam getikt, daar hangt een groote

kist vol met handboeken en daar boven op zit een heel

klein jongetje met een raar hoedje en een raar jasje en

een reuze-grooten bril met dikke glazen. Als ik hem

binnen heb gelaten, begint hij meteen te spreken, eerst

is-ie niet te verstaan, maar hij spreekt ook nieuwe

spelling.

„Kerel, hoe gaat 't ermee. Ik kom je eens opzoeken. Ja,

m'n huisploert zet weer zoo'n vreeselijk gezicht, waarom

weet ik niet, maar ze hebben me altijd geleerd, dat de

ploerterij ruzie maakt, dus is 't zoo". Verder geeft hij me

de vermaning niet te veel op college te komen en als je

er komt, vooral te zeggen, dat je maar vier of vijf uur

geslapen hebt, nooit moet je 't laten merken als je werkt,

want dat staat gek, lang niet iedereen doet het, of liever,

ze werken wel, maar ze willen het niet weten. Wanneer

ik het heel ver wil brengen, moet ik het maar altijd luid-

keels aankondigen als ik op de „Soos" even weg moet —

„niet waar, we zijn allemaal studenten hoor" — en een

student dat is niet iedereen. Dus als ik met andere stu-

denten samen ben, moet ik altijd laten zien dat we

184

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938

Studentenalmanak | 226 Pagina's

Studentenalmanak 1938 - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938

Studentenalmanak | 226 Pagina's