Studentenalmanak 1938 - pagina 171
Want, behalve dat er onder hen, die de zonde als zonde zien, ook
nog verschil van meening bestaat, er is ook een groot contingent
onderzoekers, voor wie de waarheid leugen en de leugen waarheid
is (65). Er is dus tweeërlei wetenschap. Dat wil niet zeggen, dat er
tweeërlei waarheid is, of dat de waarheid niet gekend wordt. Want
de wijsheid (66—72) en het geloof (72—94) verlichten het verstand
der onderzoekers, opdat zij de waarheid vinden. Maar er blijft
tweeërlei wetenschap. Dat komt, omdat er onderzoekers zijn, die
zijn wedergeboren, en anderen, die die omzetting des harten niet
kennen (98). Die wedergeboorte, die palingenesie, is totaal. Vandaar
dat de een waarheid acht, wat voor den ander leugen is. En de
kloof tusschen hen is onoverbrugbaar (102). Zoo eischt, volgens
K., het Christelijk standpunt de erkenning vaji tweeërlei weten-
schap. Ze zijn niet gelijkberechtigd; de waarheid is één van de twee,
dus theoretisch is er maar één wetenschap, n.1. zij, die de waarheid
aan het licht heeft gebracht. Er zijn echter twee soorten van
menschen, met wetenschappeUjke aandrift: wedergeborenen en niet-
wedergeborenen, die wel formeel op gelijke wijze aan de wetenschap
werken, maar ieder op eigen fundament bouwen. De subjectieve
factor dus, die in elk wetenschappelijk onderzoek werkt, bewerk-
stelligt het tweeërlei resultaat, de tweeërlei wetenschap (102—125).
In een Supplement op het reeds genoemde 3e deel van „De Ge-
meene Gratie": „De Gemeene Gratie in wetenschap en kunst"
(1905) werkt K. deze stelling van tweeërlei wetenschap nader uit.
Hij spreekt er daar over, in verband met de stelling, dat de weten-
schap vrucht is van de algemeene genade, die remmend werkt
tegenover de zonde. Hij wijst er op, dat de ongeloovige wetenschap
veel „goede koppen" heeft, die ook voor de geloovige wetenschap
hun waarde hebben (12). Terwijl daartegenover toch ook moet
worden volgehouden, dat de ware wetenschap slechts vrucht is van
de wedergeboorte. Deze paradox vindt hierin haar verklaring: de
tweeërlei wetenschap houdt zich niet bezig met tweeërlei terrein,
een heilig en een profaan, maar ze houdt zich op verschillende
wijze, geloovig en ongeloovig, bezig met hetzelfde object: den ge-
heelen kosmos. Dan knoopt K. aan bij de reeds van te voren be-
sproken gedachte, dat niet alleen de wil, maar ook het verstand
zondig en dwalend is geworden, en concludeert tenslotte: had nu die
zonde door kunnen werken, dan zou de verduistering grenzeloos
geworden zijn; maar door de remmende kracht der algemeene ge-
nade heeft ook de ongeloovige wetenschap toch veel goeds en waars
kunnen voortbrengen. Ze is echter blüid, als ze haar resultaten wil
inbrengen in de hoogste verbanden. Want die verbanden ziet ze niet.
Ze ziet wel het bouwmateriaal, doch niet den stijl van den tempel,
het doel, de idee van den Bouwmeester (14). Er moet dus iets
komen, waardoor het wel mogelijk is, die verbanden te zien. Die
mogelijkheid schept de palingenesie: door haar grijpt de onderzoeker
wetenschap en waarheid tezamen (26—31).
Ik ben me er volkomen van bewust, dat, wat ik uit het wijsgeerig
163
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Studentenalmanak | 226 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Studentenalmanak | 226 Pagina's