Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1938 - pagina 185

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1938 - pagina 185

2 minuten leestijd

stoel, hel schemerde zijn witte openstaande shirt en zijn

broek. Moe was hij, hard gewerkt den ganschen dag,

druk, veel menschen en nu, eindelijk de stilte.

Hij was jong uitgekomen, had enkele jaren op een

hoofdplaats gezeten, en zat nu al verscheiden maanden

buiten.Niet zijn ideaal had hem naar Indië gevoerd, neen,

idealen had hij nog nooit gestalte en vorm zien aanne-

men —; hij had ze teruggedrongen, ver weg, diep in den

bodem van zijn bewustzijn, daar waar de grens tusschen

bewust en onbewust vaag en zwevend is. Daar sluimer-

den ze nog wel, véélal onbewust, misschien, héél mis-

schien zouden ze nog eens ontwaken, maar als het aan

hem zelf lag, dan waarschijnlijk nooit.

Immers de keerzijde van ideaal is deceptie en deceptie

mocht, móést je voorkomen. Daarop moest je altijd ge-

prepareerd zijn.

Neen, een verlangen, onbestemd, een verlangen om men-

schen te zien, andere menschen, ze te leeren kennen en

peilen, dat was de drijfveer geweest, die hem hier ge-

bracht had; en het zoeken naar een stil en vredig oord.

Maar dit laatste was geen argument tegenover de buiten-

wereld, dat gold slechts in zijn eigen gedachtenwereld.

En nu was hij hier — alleen, met de duisternis, de ritse-

lende takken, de twinkelende tonen van de fluit — en

zijn gedachtenstroom.

Toen kwam het moment dat hij naar huis ging schrijven.

Mailavond. Nu wilde hij iets in zijn brief leggen van zijn

omgeving van dezen avond, van hemzelf. Hij begon —

veel waren zijn gedachten — weinig zijn woorden. Hij

stokte — hij kon niet schrijven over zijn alleen-zijn hier.

Niet dat de eenzaamheid toch onbegrepen zou blijven,

maar dan zou die intimiteit te loor gaan tusschen zijn

alleen-zijn, zijn persoon en zijn avondlijke, stille rust.

Dat ging zijn kracht te boven, want hij hield van häär,

de eenzaamheid.

Zij was van hèm. B.

177

12

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938

Studentenalmanak | 226 Pagina's

Studentenalmanak 1938 - pagina 185

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938

Studentenalmanak | 226 Pagina's