Studentenalmanak 1938 - pagina 180
Daarmee lossen zich ook anderen moeilijkheden op. Hoe kunnen
Christelijke en niet-Christelijke kunst elkaar verdragen, elkaar die-
nen zelfs ? Het is hier niet de plaats na te gaan, welke vei-houding er
in het algemeen is tusschen Christelijke en niet-Christelijke cultuur.
Maar behalve op het dienstbaar zijn van de algemeene genade aan
de bijzondere, is er ook nog iets, waarop K., bijzonder bij de weten-
schap de aandacht vestigde: de ongeloovige wetenschapsbeoefe-
naars zien wel het bouwmateriaal voor den tempel, maar den stijl
van den Bouwmeester zien ze niet. Breng dit nu over op het gebied
van de kunst: ongeloovige kunstenaars hebben in het „gemeen man-
daat" ook de gemeene kracht ontvangen nieuwe schoonheid te
scheppen. Maar ze zien niet God, den Opperkunstenaar; hun kijk is
niet totaal, hun blik omvat niet het geheel. Daarom kan ook hun
schepping niet volledig zijn, omdat hun oog niet alle verbanden ziet.
„Dit verstaat natuurlijk de ongeloovige niet. Hij kan den Christus
niet in Zijn Godheid en in Zijn Goddelijke offerande belijden. Maar
hier spreekt dan ook de hooge roeping van een iegelijk, die kunst-
gave en kunstzin in zich voelt, en die tegelijk voor den Christus als
zijn Goddelijken Verzoener nederknielt" (Pro Rege, 3, 579).
Dit is ook de oplossing voor onze waardeering van de tweeërlei
kunst, voor het probleem van de tweeërlei kunstnorm, die in onze
kunstcritiek zoo vaak optreedt. Er is niet tweeërlei kunst, die beide
volmaakt schoon zijn. Volmaakt schoon is alleen zij, die alle ver-
banden ziet; de andere is onvolledig. Slechts Christelgke kunst is
de volmaakte kunst; zij ziet alle verbanden, ook die van God en
kosmos. „Het is de religie, zegt K., die de kunst dien hoogen adel
kan verleenen, waarin haar glans ligt".
De aesthetische denkbeelden van Dr. Kuyper zijn te weinig bestu-
deerd. Toch bieden zij vele gedachten, die ook thans nog leiding-
gevend moeten zijn voor den opbouw eener Calvinistische aesthe-
tiek. Dat deze er komen zal, staat vast. Veel bouwstoffen liggen
hier en daar opgetast. Het herlevend Calvinisme, ook op kunst-
gebied, roept om systematischen opbouw daarvan. Niet alleen be-
wondering voor zijn enormen arbeid, maar ook dankbare erkenning
van zijn juisten kijk en principieel doorzicht, dwingt ons dezen op-
bouw te plaatsen op het fundament van Dr. Kuyper's aesthetica.
P. V.
172
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Studentenalmanak | 226 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938
Studentenalmanak | 226 Pagina's