Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1938 - pagina 177

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1938 - pagina 177

3 minuten leestijd

en acht den aesthetischen wetskring als behoorend tot het hoogere

deel, kent aan de kunst hooger waarde toe dan aan de wetenschap.

Kunst is niet hooger dan wetenschap, maar ook is wetenschap

niet meerder dan kunst. Die probleemstelling is valsch. Beide

hebben hun eigen waarde, omdat beide zelfstandige zinzijden der

werkelijkheid zijn. Dan zal ook de kunst te rade gaan bij de aesthe-

tica, omdat zij het nä-denkend verstand niet kan missen; en de

wetenschap zal behoedzaam de kunst observeeren, haar bevoegdheid

niet overschrijdend.

In de tweede plaats is van belang K.'s beantwoording van de vraag,

waar of het schoon is. Hij wijst af de stelling, alsof het in het

object zou zijn. Ook alsof het in de idee van den bewerker zich zou

bevinden. Het schoon is een ideale macht boven den bewerker en

boven de stof. Dit antwoord hangt samen met den aard van het

schoon, dat in de kunst zich openbaart. Kunst is maar niet een

reproductie geven van de schoonheid, die in de schepping is. Zeg het

Christelijk: een gezuiverde reproductie, omdat het natuurschoon is

„gebroken". Kunst is nieuwe schoonheid brengen. Dat nieuwe, dat

nooit geziene en tot nog toe niet aanwezige, die drang tot samen-

voegen van reeds bestaande elementen of tot ombouwing van reeds

voorhanden materie, komt niet uit het object, ook niet uit het

subject, maar het is de „ideale macht boven ons èn boven het

instrument". „God zelf inspireert de hooge genieën ook op het ge-

bied der kunst. Hij doet hen een schoon zien en doorleven in hun

geest, dat meer is dan de wereld bieden kan, en dat, uit hun ver-

beelding naar buiten uitgedragen de wereld verrijkt, de ingewijden

verrukt, en aan ons menschelijk leven iets toebrengt, dat het zonder

dit kunstvermogen nooit zou hebben bezeten." (De Gemeene Gratie,

3, 69).

Uitgaande van dezelfde grondgedachte komt Dr. H. Dooyeweerd,

in zijn bespreking van het sculpturale kunstwerk, tot gelijk resul-

taat, waar hij zegt: ,,Het objectief zinnelijk waamemingsbeeld in

het marmerbeeld is natuurlijk in geen geval een eenvoudige copie

van het objectief zinnelijk waamemingsbeeld in het levend model.

Want het menschelijk lichaam, hoezeer het een individueele aesthe-

tlsche zin-zijde heeft, is toch niet aesthetisch gequalificeerd, het is

niet zelve in den eigenlijken zin des woords een kunstwerk, dat een

aesthetische bestemmingsfunctie heeft." (De Wijsbegeerte der Wets-

idee, 3, 81.) En verder: „Het is dus niet zoo, dat (de beschouwer van

het kunstwerk) wel het werkeUjke ding ervaart maar alleen

„de aesthetische idee" niet vat, welke erin is verzinnelijkt. Want

liet werkelijk ding is hier het kunstwerk zelve. Een natuurding is

als zoodanig in zijn structuur niet gegeven. Geabstraheerd van zijn

onvergelijkelijke aesthetisch gequalificeerde structuur bestaat het

beeld niet werkelijk. De bedoelde beschouwer ziet eenvoudig het

werkelijk kunstwerk voor de copie van een mooi natuurding aan en

heeft dus een onware een valsche ervaring van zijn werkelijkheid"

(t. a. p. 83).

169

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938

Studentenalmanak | 226 Pagina's

Studentenalmanak 1938 - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1938

Studentenalmanak | 226 Pagina's