Studentenalmanak 1939 - pagina 190
waren kaboutertjes te zien. (Foei domoor, zult U zeggen.
Zij bestaan toch immers niet. Neen, dat is waar. Nu weet
ik het ook, maar toen nog niet, ziet U.) Ik dacht zo,
laat ik eens een eindje buiten het hek gaan, je kunt
nooit weten . . . . Daar hoorde ik wat! Namelijk stappen.
Ik keek en keek, en o wat schrok ik. Daar kwam
heel langzaam een grote man aan. Stap, stap, slof, slof,
zo ging het. Ik schrok mij de beris, ik voelde mij ver-
bleken, ik rilde. Al nader kwam de man. Vast een dief,
dacht ik. Ik bleef doodstil staan, schier vastgenageld
aan de grond. Oei, oei, wat zag ik daar? De inbreker
had een lang dolkmes in zijn hand. Vresehjk. Hu, h u . . .
En toen . . . en toen . . . toen kwam de maan mij te hulp.
Hij was zo vriendelijk zich door de wolken te breken.
En toen, wat hoorde mijn oor? „Is dat jouw tolzwepie,
Gerrit?" vroeg mijn buurman, want hij was het. „Ja
mijnheer, dank u wel mijnheer, dag mijnheer", zei ik en
holde naar huis.
Als ik nu 's avonds naar bed ga en wanneer ik weer
bang ben voor een inbreker met dolkmes, dan zeg ik
altijd hard: „Dag buurman", en dan loop ik vlug door.
Dan denk ik aan de maan en: dat ik niet bang ben.
182
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Studentenalmanak | 227 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Studentenalmanak | 227 Pagina's