Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1939 - pagina 140

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1939 - pagina 140

2 minuten leestijd

dat wijde kustland bevloeien. Al die duizenden rijstvel-

den, vanwaar zouden ze hun water ontvangen, wanneer

de berg er niet was? Het vloeit alles van boven omlaag,

het kostbare water, het leven- en welvaartbrengende.

En wat is de zee eigenlijk? De zee is het einde van alle

dingen. Daar monden ze in uit, de beken en rivieren,

als ze moegevloeid zijn over al die rijstvelden en langs

duizend kleine gootjes eindelijk zich weer verzameld

hebben. Naar de zee vloeit alles af, en als het daar

eenmaal gekomen is, dan is het voor goed verloren.

Is het niet waar in een diepen zin, dat het leven

van den mensch ligt tusschen berg en zee? De berg is

de oorsprong, het begin van alle leven, en de zee, die

machtige, blauwe zee, die het groene eiland omzoomt,

zij is het einde, waarheen alles weerkeert.

Als de Soembanees zijn huis bouwt, dan houdt hij reke-

ning met berg en zee. Hij bouwt zijn huis op vier groote

palen, en die palen zijn onder het dak verbonden door

dwarsbalken. Maar de Soembanees zorgt er wel voor,

dat hij de richting van de glooiing in het oog houdt. Hij

legt zijn dwarsbalken met de glooiing van den heuvel

mee, hij zal er niet over denken ze anders te leggen.

Want al het goede stroomt immers van boven naar

beneden, en het zou dwaas zijn, in de balken van het

huis als het ware die lijn van zegeningen af te dammen.

En de Balinees heeft de gewoonte zijn dooden, als ze

eerst met groote plechtigheid en veel ceremoniƫn ver-

brand zijn, ten slotte toe te vertrouwen aan de zee. De

asch van den doode wordt naar de zee gebracht, of, als

de zee te ver is, naar een snel stroomende rivier, die

haar dan op haar golven meevoert naar den oceaan. De

zee blijft het einde, daarheen keert alles weer, daar ligt

de toekomst van alle leven.

Het ligt in den aard der zaak, dat deze dingen ook in

het religieuze leven zijn doorgedrongen, en ook daar

een vertolking gevonden hebben. Vooral op Bali, waar

de tweeheid van berg en zee sterk gevoeld wordt, zijn

deze dingen breed uitgemeten, (^iwa, de hoogste leer-

meester, de groote god, is de god van de bergen. Hij

134

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Studentenalmanak | 227 Pagina's

Studentenalmanak 1939 - pagina 140

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Studentenalmanak | 227 Pagina's