Studentenalmanak 1939 - pagina 140
dat wijde kustland bevloeien. Al die duizenden rijstvel-
den, vanwaar zouden ze hun water ontvangen, wanneer
de berg er niet was? Het vloeit alles van boven omlaag,
het kostbare water, het leven- en welvaartbrengende.
En wat is de zee eigenlijk? De zee is het einde van alle
dingen. Daar monden ze in uit, de beken en rivieren,
als ze moegevloeid zijn over al die rijstvelden en langs
duizend kleine gootjes eindelijk zich weer verzameld
hebben. Naar de zee vloeit alles af, en als het daar
eenmaal gekomen is, dan is het voor goed verloren.
Is het niet waar in een diepen zin, dat het leven
van den mensch ligt tusschen berg en zee? De berg is
de oorsprong, het begin van alle leven, en de zee, die
machtige, blauwe zee, die het groene eiland omzoomt,
zij is het einde, waarheen alles weerkeert.
Als de Soembanees zijn huis bouwt, dan houdt hij reke-
ning met berg en zee. Hij bouwt zijn huis op vier groote
palen, en die palen zijn onder het dak verbonden door
dwarsbalken. Maar de Soembanees zorgt er wel voor,
dat hij de richting van de glooiing in het oog houdt. Hij
legt zijn dwarsbalken met de glooiing van den heuvel
mee, hij zal er niet over denken ze anders te leggen.
Want al het goede stroomt immers van boven naar
beneden, en het zou dwaas zijn, in de balken van het
huis als het ware die lijn van zegeningen af te dammen.
En de Balinees heeft de gewoonte zijn dooden, als ze
eerst met groote plechtigheid en veel ceremoniƫn ver-
brand zijn, ten slotte toe te vertrouwen aan de zee. De
asch van den doode wordt naar de zee gebracht, of, als
de zee te ver is, naar een snel stroomende rivier, die
haar dan op haar golven meevoert naar den oceaan. De
zee blijft het einde, daarheen keert alles weer, daar ligt
de toekomst van alle leven.
Het ligt in den aard der zaak, dat deze dingen ook in
het religieuze leven zijn doorgedrongen, en ook daar
een vertolking gevonden hebben. Vooral op Bali, waar
de tweeheid van berg en zee sterk gevoeld wordt, zijn
deze dingen breed uitgemeten, (^iwa, de hoogste leer-
meester, de groote god, is de god van de bergen. Hij
134
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Studentenalmanak | 227 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939
Studentenalmanak | 227 Pagina's