Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1939 - pagina 148

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1939 - pagina 148

2 minuten leestijd

het strand van de eindelooze zee. Het was donker, de

nacht dekte de wateren toe, geen enkel schip was te

zien. Een oogenblik aarzelde hij, bij het aanschouwen

van deze verschrikkelijke eenzaamheid. De begeerte

om weer terug te keeren naar de gezellige menschen-

wereld ontwaakte in zijn hart, maar hij onderdrukte

haar met alle kracht die in hem was. Toen, staande op

den oever van die troostelooze oneindigheid, ontving hij

zijn groote visioen. Hem verscheen de geheimzinnige

profeet Kilir (=Elia, zie Bergenia, blz. 535), om hem te

begeleiden op zijn wondervollen tocht naar de godde-

lijk geheimen. De profeet Kilir beval hem zijn oogen te

sluiten, en toen toonde hij hem de wonderen van Gods

eeuwig wezen. Door allerlei geheimzinnige ervaringen,

die merkwaardig veel overeenkomst hadden met wat

een mensch in zijn doods-strijd doormaakt, kreeg deze

pelgrim inzicht in de achtergronden van deze verwarde

wereld. Een voor een werden de sluiers opgelicht, die

de mysteriën omhullen.

Aan het einde van zijn visioen sprak de pelgrim: „ik

wil niet meer terugkeeren naar de wereld. Wat baat

mij al de heerlijkheid van deze aarde, nu ik den licht-

glans der eeuwigheid gezien heb? Deze wereld is toch

niet anders dan moeite en verdriet." De profeet Kilir

antwoordde hem: „hier moogt ge nu niet blijven, uw

tijd is nog niet gekomen. Nu moet ge nog blijven in de

ijdele wereld, maar later zult ge zijn waar ik ben."

Daarmee was deze heerlijke ontmoeting ten einde.

Het visioen viel weg en de pelgrim stond opnieuw aan

het strand van de eindelooze zee.

Zoo zou ik kunnen voortgaan te vertellen van de zee,

als symbool van de oneindigheid. De zee-ontmoeting

heeft altijd sterke doods-trekken, het is een verzinken

in afgronden, een zich volkomen verliezen en een ten

onder gaan in het Al-wezen.

Gezien als mystieke beleving is de zee-ontmoeting uit

den aard der zaak altijd meer pantheïstisch dan de

berg-ontmoeting. Op den berg blijft de mensch althans

tot op zekere hoogte nog onderscheiden van de godheid,

142

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Studentenalmanak | 227 Pagina's

Studentenalmanak 1939 - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Studentenalmanak | 227 Pagina's