Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1939 - pagina 125

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1939 - pagina 125

2 minuten leestijd

kan ook met dankbaarheid worden geconstateerd, dat

de Senaat vrijwel nooit tevergeefs een beroep op iemand

deed om een Corpsfunctie te vervullen.

En ten derde: in zijn jaarverslag moest de vorige Rector

Corporis waarschuwen tegen een gezelligheidsleven,

dat hol en voos dreigde te worden door de verminderde

belangstelling voor de geestelijke zijde van het Corps-

leven. Het is moeilijk, daarover in concrete taal te spre-

ken, maar zie ik het juist dan is die belangstelling niet

verminderd, maar vermeerderd; groeit in het christen-

studentenleven in het algemeen en ook in ons Corps de

vraag naar taak en plaats in de wereld van heden.

Het is nodig, dat wij ons ook op de wat mijn voorganger

noemde „geestelijke zijde van het Corpsleven" bezin-

nen. Van verschillende zijden worden wij er trouwens

toe gedrongen. Het contact met niet- Calvinistische stu-

dentenorganisaties wordt steeds nauwer en daarmede

de vraag naar onze eigen positie onder hen. Het beroep,

dat de N.C.S.V. doet op de leden van ons Corps, met

steeds meer klem, moet ons serieus doen bezig zijn met

vragen van Evangelisatie onder onze collegae; en onze

houding jegens haar moet, hetzij positief of negatief,

resultaat van nauwgezette overweging zijn. De Geref.

Jeugdraad van Amsterdam raadpleegde Uw Senaat

eerst mondeling, daarna den Rector Corporis en de

Praesides der Orat. Verenigingen schriftelijk, over de

houding der studerende Gereformeerde jeugd jegens de

Geref. Jeugdorganisaties. Naar ik meen is dat vraag-

stuk niet juist gesteld, indien men zegt: waarom zijn

de Geref. studenten geen lid van onze Jeugdorganisa-

ties; maar moet men de vraag zo stellen: waarom zijn

zij apart georganiseerd? Maar de positieve handhaving

van die aparte organisatie moet ons dan ook weer met

nadruk onze verantwoordelijkheid in die organisatie

voor ogen stellen.

Nog eens de belangstelling voor de geestelijke zijde is

er wel; en daaronder lijdt het gezelligheidsleven niet,

integendeel! Eenheid naar de geest móet werken een-

heid naar het feest. In dat opzicht zijn de idealen niet

119

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Studentenalmanak | 227 Pagina's

Studentenalmanak 1939 - pagina 125

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Studentenalmanak | 227 Pagina's