Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1939 - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1939 - pagina 149

2 minuten leestijd

er is nog dé schijn van tweeheid. Bij de zee-ontmoeting

is de spanning veel grooter, veel meer weerstanden

moeten overwonnen worden, de mensch moet zich in

de armen van den dood werpen. Maar als hij dat doet,

dan smaakt hij ook een sensatie die ver boven alle

menschelijke blijdschap uitgaat, dan doorleeft hij den

volkomen ondergang in God. Dan lijkt het bijna

dwaasheid om weer terug te keeren naar de wereld, de

wereld heeft haar laatste restje bekoring verloren.

Daarom eindigen alle zee-ontmoetingen in een tragisch

relaas van den onwil om weer opnieuw in het wereld-

sche leven in te gaan. Wie eenmaal enkele druppels

gedronken heeft van de eenwording met de godheid,

gevoelt een sterken tegenzin tegen alles wat deze

wereld hem bieden kan. En indien hij terugkeert, dan

blijft hij van nu af aan als een vreemdeling op aarde,

hij leeft het leven niet meer mee, in diepste wezen glijdt

alles langs hem af.

Tusschen berg en zee ligt de menschenwereld, daar lig-

gen de steden, daar woelt en worstelt de mensch in zijn

tasten naar vreugde en rust. Op den berg is de ontmoe-

ting, en in de zee is de ontmoeting. Tusschen die twee

ontmoetingen ligt het leven.

De Javaan kent een vogel, een soort duif, waarvan hij

zeer veel houdt. ledere Javaan, die het maar eenigszins

betalen kan, houdt er zulk een vogel op na. Ik vroeg

eens aan iemand: waarom houden jullie toch zoo van

die vogels? Hij gaf mij ten antwoord: als je heel goed

luistert, hoor je, hoe die vogel zingt: ho-kêtêg-ho! Ho

beteekent het niet-zijn, kêtêg beteekent het kloppen van

het hart, het leven met al zijn strijd. Welnu, dat men-

schelijk leven hangt als het ware tusschen niet-zijn en

niet-zijn, het is een bliksemfits tusschen twee donker-

heden. Zoo predikt dat kleine vogeltje het geheim van

het menschenleven.

* * *

Het is moeilijk, uiterst moeilijk om in deze wereld de

schoonheid van het evangelie te laten zien. De Bijbel

143

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Studentenalmanak | 227 Pagina's

Studentenalmanak 1939 - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1939

Studentenalmanak | 227 Pagina's