Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1942 - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1942 - pagina 182

2 minuten leestijd

Rest ons nog een en ander over het Nederlandsche volks-

karakter te vermelden. Prof. van Hamel heeft onlangs in

een dagbladartikel geschreven over: „Hoe anderen ons

zien", en hij merkte daarbij op: Inderdaad heeft elk volks-

karakter iets vaststaands. Men vindt het door den loop

der eeuwen heen, als een schier onveranderlijke grootheid,

terug. Waar met deze grootheid onvermijdelijk rekening

te houden valt, kan het nutitg werk zijn, nog eens enkele

belangrijke trekken na te gaan. Men ervaart dan de waar-

heid van het oude Latijnsche vers: occulta est batavae

quaedam vis insita terrae^s). Wij zullen nu niet hier Prof.

van Hamel's citaten gaan citeeren, hoe interessant overi-

gens de beschouwingen, die hij aan Caesar, Tacitus, de

Marmont, d'Alphonse etc. ontleent, ook zijn. We willen

alleen de vrijheid nemen enkele kleine aanvullingen op het

betoog van Zijne Hooggeleerde te geven. Laten we dan

mogen beginnen met vrij uitvoerig weer te geven wat de

Jezuiet Strada over ons te zeggen had: Voor de reste (in

't ghemeyn ghesproken) den aert der Nederlanders is soo-

danigh/ dat sij (als sij denselven volghen) haten alle

gheveynstheydt/ ende bedrogh: soo dat sij deselve ghe-

trouwigheydt/ die sij bij d'andere verdienen/ oock met een

ieghelyck ghebruycken/ de selve niet anders als hun eyghen

achtende. Sij en laten hen niet lichtelyck/ noch voor lan-

ghen tijdt/ verbinden door ghiften oft weldaeden. deselve

als bloemen achtende/ de welcke soo langh behaghen als

sij versch ende jeudigh zijn. Van ghelijcken en zijn oock

des onrechts oft onghelijcks/ welck men hun doet/ noch

langh gevoeligh/ noch lang indaghtigh: 't en zij dan/ wan-

neer sij bemercken dat men hun terselver oorsaecke kleyn

acht/ oft versmaet; want alsdan worden sij onversoene-

lycken in gramschap ontsteken. Hier-en-boven oock en

laten sich niet lichtelyck vervoeren door eyghen verme-

tentheydt/ oft verwaendtheyt in hen te vermeten oft in te

dringhen in saecken die hun verstandt oft krachten te

boven gaen; alhoewel dat ghene menschen des werelts met

ghelijcke behendighheydt ende toe-gangh/ soo de zee/ als

de aerde tot hunnen behoeve offenen; soo dat men van

174

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942

Studentenalmanak | 266 Pagina's

Studentenalmanak 1942 - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942

Studentenalmanak | 266 Pagina's