Studentenalmanak 1942 - pagina 182
Rest ons nog een en ander over het Nederlandsche volks-
karakter te vermelden. Prof. van Hamel heeft onlangs in
een dagbladartikel geschreven over: „Hoe anderen ons
zien", en hij merkte daarbij op: Inderdaad heeft elk volks-
karakter iets vaststaands. Men vindt het door den loop
der eeuwen heen, als een schier onveranderlijke grootheid,
terug. Waar met deze grootheid onvermijdelijk rekening
te houden valt, kan het nutitg werk zijn, nog eens enkele
belangrijke trekken na te gaan. Men ervaart dan de waar-
heid van het oude Latijnsche vers: occulta est batavae
quaedam vis insita terrae^s). Wij zullen nu niet hier Prof.
van Hamel's citaten gaan citeeren, hoe interessant overi-
gens de beschouwingen, die hij aan Caesar, Tacitus, de
Marmont, d'Alphonse etc. ontleent, ook zijn. We willen
alleen de vrijheid nemen enkele kleine aanvullingen op het
betoog van Zijne Hooggeleerde te geven. Laten we dan
mogen beginnen met vrij uitvoerig weer te geven wat de
Jezuiet Strada over ons te zeggen had: Voor de reste (in
't ghemeyn ghesproken) den aert der Nederlanders is soo-
danigh/ dat sij (als sij denselven volghen) haten alle
gheveynstheydt/ ende bedrogh: soo dat sij deselve ghe-
trouwigheydt/ die sij bij d'andere verdienen/ oock met een
ieghelyck ghebruycken/ de selve niet anders als hun eyghen
achtende. Sij en laten hen niet lichtelyck/ noch voor lan-
ghen tijdt/ verbinden door ghiften oft weldaeden. deselve
als bloemen achtende/ de welcke soo langh behaghen als
sij versch ende jeudigh zijn. Van ghelijcken en zijn oock
des onrechts oft onghelijcks/ welck men hun doet/ noch
langh gevoeligh/ noch lang indaghtigh: 't en zij dan/ wan-
neer sij bemercken dat men hun terselver oorsaecke kleyn
acht/ oft versmaet; want alsdan worden sij onversoene-
lycken in gramschap ontsteken. Hier-en-boven oock en
laten sich niet lichtelyck vervoeren door eyghen verme-
tentheydt/ oft verwaendtheyt in hen te vermeten oft in te
dringhen in saecken die hun verstandt oft krachten te
boven gaen; alhoewel dat ghene menschen des werelts met
ghelijcke behendighheydt ende toe-gangh/ soo de zee/ als
de aerde tot hunnen behoeve offenen; soo dat men van
174
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Studentenalmanak | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942
Studentenalmanak | 266 Pagina's