Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1942 - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1942 - pagina 149

2 minuten leestijd

tegen alles, wat het kind aanvankelijk bond. In de ontdek-

king van het eigen Ik richt zich de blik naar binnen en

vindt daar een wereld van eigen levensprocessen. Dit

eigene wordt gecultiveerd; de puber maakt zich los van

het familiemilieu, van het gezin, van de wereld, waarin

hij aanvankelijk leefde, wil zelfstandig worden, zoekt een

eigen sfeer, een eigen kamer, gelijk Anatole France het

„Ie petit Pierre" laat zeggen: „Cette chambre, je ne la

trouvais pas belle; je la trouvais unique, incomparable.

Elle me séparait de I'Univers". Deze kristallisatie uit het

oorspronkelijke milieu gaat gepaard met kritiek op het

ouderlijk huis; het verleden wordt aan een revisie onder-

worpen, het naieve geloof van het kind wordt prijsgegeven

en het maakt plaats voor vragen en twijfel. Voor de

ontwikkeling van het godsdienstig leven is deze individua-

tie een uiterst critische periode. Prof. H. Bavinck be-

schrijft op uitnemende wijze de verschuiving, die dan in

het godsdienstig leven optreedt. „In den beginne", aldus

Bavinck, „ziJn de ouders alles voor het kind; zij voorzien

in al zijne behoeften, ziJ vervullen al zijne wenschen, ziJ

weten en zy kunnen alles. Maar langzamerhand maakt het

kind de ervaring, dat die ouders toch ook beperkt zyn en

lang niet alles vermogen; by" onweder, ramp, ziekte, sterf-

geval, enz. ondervindt het, dat ziJne ouders machteloos

staan. Zoo breidt het gevoel van afhankelijkheid, dat aan

het kind van nature eigen is en juist in het kinderlijk

leven zoo groote plaats inneemt, zich van zelf uit, van

zy'ne ouders tpt eene andere, hoogere macht, die onzienlijk

en onbekend is. Daarbij komt nu in de tweede plaats, dat

dat gevoel van afhankelijkheid door de ouders in een be-

paalde richting wordt geleid. Zij zeggen n.L, dat die

hoogere macht God is of Christus (of Maria by de Room-

schen, of Allah by de Mohammedanen, enz.) en dat deze

het is, die alle goede gaven schenkt, het leven, de spyze

en de kleeding, maar die ook rampen en ziekten en tegen-

spoeden zendt. Al deze godsdienstige voorstellingen neemt

het kind, in den regel zonder eenigen twijfel, van zyn

ouders aan; het is van nature geloovig, en geneigd, om

143

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942

Studentenalmanak | 266 Pagina's

Studentenalmanak 1942 - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1942

Studentenalmanak | 266 Pagina's